Home

Augustus 2014

1

Het heden is niet meer dan een moment tussen verleden en toekomst. Uit het Engels: The present is just an instant between past and future. Bron: From the corner of his eye, Dean Koontz

2

Homo Sapiens (Latijn: verstandige of wijze mens) is een tweevoetige primatensoort uit de familie Hominidae. Onderzoek naar DNA wijst erop dat de moderne mens ongeveer 200.000 jaar geleden in Afrika ontstaan is als soort. De mens heeft zeer goed ontwikkelde hersenen, waarmee hij in staat is tot abstract nadenken, taal, introspectie, probleemoplossing en emotie. Dankzij zijn intelligentie en rechtopstaande houding, waardoor de armen vrij zijn om voorwerpen op te pakken en te bewerken, is de mens veel meer dan andere soorten in staat gereedschappen te gebruiken. De mens is over de hele wereld verspreid en op alle continenten behalve Antarctica komen grote populaties voor. In juli 2008 was het totale aantal mensen op aarde groter dan 6,7 miljard individuen, eind oktober 2011 telde de Aarde een totaal van 7 miljard levende mensen. Er is slechts één nog levende ondersoort en dat is Homo sapiens sapiens.

3

De dolk van Barger-Oosterveld is een prehistorische dolk van 15,5 cm met een lemmet van brons en een handvat van hoorn die in 1953 in Barger-Oosterveld in het veen werd gevonden. Het handvat is versierd met tinnen nageltjes. De vondst is belangrijk, omdat in de bronstijd voor het eerst dolken werden gemaakt. De dolk is afkomstig uit de Únětice-cultuur nabij Únětice in Tsjechië. Het moet destijds van grote waarde zijn geweest. De dolk is te bezichtigen in het Drents Museum.

4

Stonehenge plus omgeving zijn in 1986 toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO, tegelijk met het hengemonument van Avebury onder de inschrijving Stonehenge, Avebury en bijbehorende plaatsen. Het is tevens een door de Britse overheid bij wet beschermd antiek bouwwerk. Stonehenge zelf is eigendom van de Kroon en wordt beheerd door de English Heritage-organisatie. De omliggende landerijen zijn eigendom van de National Trust for Places of Historic Interest, in het Verenigd Koninkrijk algemeen bekend als de National Trust.

5

Steengoed wordt vanaf ca. 1700 in Engeland industrieel vervaardigd. Er worden twee soorten onderscheiden: saltglazed stoneware (het industriële grijswitte steengoed met blauwe versieringen in hoog reliëf) en brown stoneware (rood steengoed met in dezelfde kleur hoog reliëf versieringen). Stoneware wordt gemaakt van een mengsel van witte pijpaarde en gemalen en verbrande vuursteen. Het dunwandige aardewerk wordt bedekt met een glimmende laag zoutglazuur. Het oppervlak vertoont veel ondiepe putjes (sinaasappelhuid). Vooral goed te zien op de bruine scherven. De vormen van industrieel steengoed worden meestal in mallen gegoten of geperst.

6

De Man van Grauballe is een veenlijk uit de IJzertijd dat in 1952 in een veen in Jutland (Denemarken) is gevonden. De vindplaats van de Man van Grauballe is vlak bij de plek waar de Man van Tollund werd gevonden, een paar jaar eerder. Sinds de vondst van de Man van Grauballe zijn er in Denemarken tot op heden geen veenlijken meer ontdekt. Evenals de Man van Tollund is de Man van Grauballe zeer goed bewaard gebleven. Hij is zoals veel andere veenlijken op gewelddadige wijze aan zijn eind gekomen. Zijn linkerbeen is gebroken en zijn keel doorgesneden. Hij was bij zijn overlijden tussen de 30 en 40 jaar oud. De Man van Grauballe is te zien in het Moesgård Museum in Aarhus.

7

Onder de producten, die voor de balseming van Egyptische mummies werden gebruikt, vond men sporen van tabak, terwijl algemeen wordt aangenomen dat Christoffer Colombus deze plant meebracht van de indianen, die hij ontmoette in Amerika. Met X-stralen en de nog meer geperfectioneerde vorsingstechnologie kon worden uitgemaakt dat bij de balseming van sommige Egyptische mummies tot 46 planten werden gebruikt.

8

‘The Mummy’ is een Amerikaanse film uit 1999, geschreven en geregisseerd door Stephen Sommers, met in de hoofdrollen Brendan Fraser, Rachel Weisz en Arnold Vosloo als de opnieuw tot leven gewekte mummie. De film is een nieuwe versie van de gelijknamige film uit 1932 met in de hoofdrol Boris Karloff als de mummie. In deze nieuwe versie gaat men op zoek naar het graf van Imhotep en de dodenstad Hamunaptra. Het succes van ‘The Mummy’ leidde tot een aantal vervolgen. In 2001 verscheen de vervolgfilm ‘The Mummy Returns’. Uit deze film ontstond dan weer ‘The Scorpion King’. In 2001 verscheen een animatieserie gebaseerd op de eerste twee Mummy-films getiteld ‘The Mummy: The Animated Series’. Deze serie liep twee seizoenen. Een tweede vervolgfilm getiteld ‘The Mummy: Tomb of the Dragon Emperor’ kwam uit op 1 augustus 2008.

9

Het terracottaleger van Qin Shi Huangdu bestaat onder andere uit het voetvolk, kruisboogschutters, ruiters met strijdwagens en paarden, allen stonden ze paraat voor een veldslag. Ze zijn allemaal tussen de 1,60 m en 1,80 m lang en ze zijn allemaal verschillend. Sommige staan en andere zitten knielend met gespannen pijl en boog, alsof ze zich weerden tegen de aanslag. Sommige dragen een harnas en andere zijn gekleed in een uniform. De wapens die ze dragen zijn echt en de hoofdtuigen van de paarden zijn gemaakt van brons. De wapens die gevonden werden zijn nog steeds scherp. Dit komt waarschijnlijk door de oppervlaktebehandeling die de Chinezen hadden geperfectioneerd in deze tijd. De pijlpunten waren ook nog dodelijk op een andere manier. De punten werden gemaakt van een hoog percentage lood, als je niet dood ging door de pijl zelf dan werd je wel vergiftigd door het lood.

10

Een van de 7 wereldwonderen was de tempel van Artemis. Deze tempel was een marmeren bouwwerk dat in Efeze stond in Klein-Azië (het tegenwoordige Turkije). Het werd in de 6e eeuw VJ gebouwd door Croesus, de rijke koning van Lydië. De tempel was een van de heiligdommen die gebouwd werden om een belangrijke Griekse godin te eren: Artemis, de maagdelijke jacht-, vruchtbaarheids- en maangodin. Ze werd in Anatolië beschouwd als de Moedergodin. Het monument was bijna 122 m lang en ca. 55 m breed met 127 marmeren zuilen van 18 m hoog. Het totale complex had een oppervlakte van ca. 8000 m².  In de 4e eeuw VJ werd de tempel gerenoveerd, maar in het jaar 262 VJ vernield en leeggeroofd door de Gothen. Later werd het bouwwerk volledig afgebroken, nadat het eerst nog had dienst gedaan als kerk voor het nieuw opgekomen christendom. Brokstukken van de tempel worden bewaard in het Brits Museum in Londen. Acht van de ca. 18 m hoge, donkergroene pilaren zijn te bezichtigen in de Aya Sofia, waar zij werden gebruikt voor het (aanvankelijk christelijk) prestigieuze kerkgebouw dat in het Turkse Istanbul werd opgetrokken. Op de plaats van de tempel in Efeze is nog een enkele zuil over.

11

Balkh in Afghanistan heeft als vroegste bewoning 1.500 VJ. Balch ook bekend als Wazirabad, is een stadje in de provincie Balch in het noorden van Afghanistan. Hoewel Balch nu een klein stadje is, was het in de oudheid veel groter, dankzij haar ligging op de Zijderoute. De stad stond in de oudheid bekend als Bactra (Latijn) en het was de hoofdstad van het land Bactrië. In 328 VJ werd de stad door Alexander de Grote veroverd. In 256 VJ werd het een zelfstandig hellenistisch rijk. Dzjengis Khan veroverde en vernietigde de stad in 1221. Ook Timoer Lenk veroverde de stad in de 14e eeuw. Marco Polo beschreef de stad als een edele en grote stad. Pas in 2003 konden archeologen de stad onderzoeken. Bij opgravingen werden overblijfselen van Hellenistische hoofdsteden gevonden, geïdentificeerd als overblijfselen van de Seleuciden en de Grieks-Bactrische stad Bactra. De terpen van puin op de weg naar Mazar-e Sharif vertegenwoordigen waarschijnlijk de plaats van een stad nog ouder dan het tegenwoordige Balkh.

12

Homo sapiens idaltu betekent ruwweg 'bejaarde wijze man' (de naam idaltu is een Amhaars woord voor 'bejaard'). Het is een uitgestorven ondersoort van de mens, die bijna 160.000 jaar geleden, tijdens het Pleistoceen, in Afrika leefde. De fossiele resten werden in 1997 gevonden door Tim White, in de Middle Awash-streek van de Ethiopische Afar-slenkvallei, maar pas in 2003 werden na grondig onderzoek de geheimen van de fossiele resten ontsluierd. De fossielen lagen tussen twee vulkanische lagen bij Herto Bouri. Datering met behulp van radio-isotopen leverde een ouderdom voor de lagen tussen de 154.000 en 160.000 jaar op. Er werden drie goed geconserveerde schedels gevonden. De best bewaarde is die van een volwassen vrouw met een herseninhoud van 1450 cm³. De andere schedels zijn van een bijna volwassen man en een 6 jaar oud kind. De fossielen verschillen van andere vroege vormen van Homo sapiens, zoals de in Europa gevonden cro-magnonmens en in andere delen van de wereld gevonden fossielen. Men veronderstelt dat deze ondersoort de voorouder van de moderne mens is en de vondst ondersteunt de "Enkele-oorspronghypothese.

13 De kopertijd is de laatste periode van het Neolithicum vanaf ca. 5500 tot 3000 VJ genoemd naar de ontdekking en het gebruik van koper voor werktuigen door de mens gemaakt en gebruikt. De ijsmummie Ötzi had een koperen bijl bij zich toen hij gevonden werd en leefde dus tijdens deze periode.
14

Het Archeologisch Centrum West-Drenthe is een museum aan de Brink in Diever in de Nederlandse provincie Drenthe. Het museum is gevestigd in het Schultehuis, ooit de zetel van de schulte en later het gemeentehuis van Diever. Er zijn wisselende exposities over de geschiedenis van Drenthe aan de hand van archeologische vondsten. Met name is er aandacht voor het ontstaan van de hunebedden. Het Archeologisch Centrum West-Drenthe, Brink 7, 7981 BZ Diever.
http://www.archeologie-westdrenthe.nl

15

In tegenstelling tot steengoed wordt aardewerk gebakken op vrij lage temperaturen, namelijk bij 900 a 950 graden Celsius. Ook de kleisoorten zijn anders dan die van het steengoed. De grijze kleur van grijsbakkend aardewerk ontstaat doordat de pottenbakker tijdens de laatste fase van het bakproces de zuurstoftoevoer in de oven stopt. Het zogenaamde reducerend bakken. Grijsbakkend aardewerk is gedraaid aardewerk, hard gebakken, dunwandig en vrij glad van oppervlak. Het is ongeglazuurd. Grote vormen zoals waterkannen, voorraadpotten, kommen, vuurklokken en schalen komen het meeste voor. In tegenstelling tot het dertiende-eeuwse kogelpotaardewerk, dat op huishoudelijk niveau wordt geproduceerd, wordt het grijsbakkende aardewerk in ateliers en werkplaatsen gemaakt. Delft, Leiden en Haarlem zijn in Holland de belangrijkste productiecentra. Het wordt vooral in de dertiende eeuw gebruikt tot het midden van de veertiende eeuw.

16

Macho Pichu is een stad van de Inca's in Peru die door de Spanjaarden nooit is ontdekt en daardoor ook niet vernietigd werd. Er is in deze stad nog veel van de Inca-beschaving terug te vinden. De stad Machu Picchu is gelegen tussen steile bergen, op een hoogte van ongeveer 2400 meter, in de regio van de stad Cuzco. De Inca's bereikten de stad via een steil pad. De voettocht duurde meerdere dagen en de stad was derhalve moeilijk bereikbaar. Tegenwoordig is het ook mogelijk om de stad per trein en bus te bereiken. Machu Picchu ligt ingesloten tussen twee steile pieken: de Machu Picchu (letterlijk "oude berg" in het Quechua) en de Huayna Picchu ("jonge berg" in het Quechua). Door het rotsdal loopt op 1750 meter hoogte de sterk stromende Urubamba. Recentelijk werd vastgesteld dat in 1867 de Duitse goudzoeker en houthandelaar Augusto Berns de bergstad vond en plunderde met toestemming van de Peruaanse regering. Berns verkocht de historische schatten aan Europese musea. In 1911 verrichtte de historicus Hiram Bingham een studie naar de Inca-paden in de omgeving van de stad. Tijdens deze studiereis ontdekte hij Machu Picchu opnieuw. Brede bekendheid kreeg de stad in 1913 toen het National Geographic een compleet nummer wijdde aan Machu Picchu. In 1983 werd de stad opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

17

De Tabula Peutingeriana is een landkaart op een rol perkament, samengesteld uit 12 bladen van ongeveer 38 cm hoog, elk 59 tot 65 cm lang, met een totale lengte van 6,82 m. Het eerste blad, met daarop het Iberisch Schiereiland en de Britse eilanden is verloren gegaan, waardoor er nog maar 11 bladen resteren. Het spreekt vanzelf dat de kaart niet oppervlaktegetrouw is. Het is veeleer een schematische voorstelling van het wegennet en de etappeplaatsen in het Romeinse Rijk. Over het grootste deel van de kaart werden ook de afstanden van de etappes aangegeven, deels in Romeinse mijlen (milia passuum), en voor het Gallische deel in leugae (ongeveer 1,5 Romeinse mijl).

18

De Limes (Latijn voor 'grens') is de aanduiding van de grens van het toenmalige Romeinse Rijk. Die liep van de Noordzee langs de Rijn en Donau naar de Zwarte Zee. Meer naar het oosten volgde de limes de Eufraat (vanaf de tijd van keizer Septimius Severus de Tigris) In het zuiden vormde de Sahara een natuurlijke grens tegen invallen. Overblijfselen van de grens zijn langs de hele route terug te vinden. Het Latijnse woord limes is van oorsprong een landmetersterm en betekende aanvankelijk "grenspad", bijvoorbeeld tussen twee akkers of wijngaarden. Later kwam daar de betekenis van "weg" bij. De betekenis van "grensweg" (in de zin van een geplaveide weg langs forten) werd pas in de vierde eeuw gebruikt in de specifieke, militaire betekenis van grens tussen het Romeinse Rijk en de niet-onderworpen gebieden. In de negentiende eeuw werd dankzij Duitse archeologen de term Limes het vaste begrip voor de versterkte grens van het Romeinse Rijk.

19

Franse archeologen hebben aan de oevers van rivier de Somme in het noorden van Frankrijk een zeldzaam beeldje uit de nieuwe steentijd gevonden. Het betreft een beeldje van klei van 20 centimeter hoog met brede heupen maar een smal hoofd. Dergelijke beeldjes worden vaker gevonden in Europa, maar zelden zo ver in het noorden. Bovendien is het beeldje vrijwel compleet en in goede staat. De archeologen schatten de ‘vrouwe van Villers-Carbonnel’, zoals het beeldje wordt genoemd, op zesduizend jaar oud. Het beeldje werd gevonden in de ruïnes van een neolithische kalkoven op een archeologische site nabij de plaats Villers-Carbonnel.

20 Een megaliet is een stenen monument. Het woord '"megaliet" komt uit het Grieks (mega = groot, lithos = steen) waarmee een groep monumenten wordt aangeduid die uit een of meer grote stenen bestaan. Een megaliet heeft vaak de functie van heiligdom of grafmonument.
21

De gemiddelde Egyptische mummie was omwikkeld met 845 meter linnen band.

22

Athene in Griekenland heeft als vroegste bewoning 1400 VJ. Vermoedelijk vestigden rond 3500 VJ zich de eerste bewoners op de heuvel Akropolis. Van de vroege geschiedenis van de stad is weinig bekend, maar Athene is waarschijnlijk tot circa 1065 een koninkrijk geweest en een belangrijk centrum van de Myceense beschaving. Na diverse pieken en dalen (Peloponnesische Oorlog, Dertig Tirannen) werd Athene in de 4e eeuw VJ een belangrijke wetenschaps- en kunststad, die beroemde namen als Socrates, Plato en Aristoteles voortbracht. In 168 VJ werd de stad ingenomen door de Romeinen. Keizer Hadrianus bracht rond 130 NJ een bezoek en liet een reeks belangrijke bouwwerken oprichten. Ook toen was Athene nog steeds een belangrijk centrum. Hierna raakte de stad echter in verval: in 297 werd ze door de Goten geplunderd, wat in 395 nog eens herhaald werd. In 529 sloot keizer Justinianus de filosofenscholen waarmee de stad definitief een vrij onbetekenende uithoek van het Byzantijnse Rijk werd.

23

Het Museon is een populair-wetenschappelijk museum in Den Haag met collecties op het gebied van geologie, biologie, geschiedenis, archeologie, natuurkunde, techniek en volkenkunde. Het museum werd in 1904 als Museum ten bate van het Onderwijs opgericht door Frits van Paasschen. Het Schoolmuseum was in 1909 gevestigd in het voormalige hotel Le Maréchal de Turenne bij de Wijnhaven. De eerste directeur was geoloog dr Herman van Cappelle, die ook het grootste deel van de collectie bijeen had gebracht en het beleid richtte geologie, biologie en volkenkunde. Het museum organiseerde van meet af aan museumlessen. Rond 1910 begon het als eerste organisatie in Nederland educatieve films te vertonen, een activiteit die in 1915 tot de oprichting van de eerste schoolbioscoop in Nederland leidde. Wegens ruimtegebrek verhuisde de bioscoop naar de Hoefkade. In 1923 werd Jkvr. Bertha Elias (1889-1933) als directeur aangesteld, zij was de eerste vrouwelijke museumdirecteur in Nederland en vervulde deze functie tot haar overlijden. Museon, Stadhouderslaan 37, 2517 HV Den Haag. http://www.museon.nl

24

Johann Ludwig Heinrich Julius Schliemann (Neubukow, 6 januari 1822 - Napels, 26 december 1890) was een Duits archeoloog. Hij is bekend geworden door zijn vondst van het oude Troje, en geldt als een van de pioniers van dat vakgebied. Een belangrijke bijdrage van Schliemann was de realisering dat aardewerkstijlen een belangrijke sleutel voor de chronologie vormen. Schliemann begon in 1871 met  opgravingen in Hisarlık, dat inderdaad Troje bleek te zijn. Hij vond de 'Schat van Priamus', ten onrechte door Schliemann zo genoemd - in werkelijkheid was de laag waarvan hij dacht dat het het Troje van de Trojaanse Oorlog was, meer dan 1000 jaar ouder. Hij vond deze tegen het eind van zijn eerste serie opgravingen in Troje, in 1873. Hierna toog Schliemann naar Mycene waar hij het graf van Agamemnon hoopte te vinden. Hij vond opnieuw grote schatten, waaronder het "masker van Agamemnon", hoewel in dit geval opnieuw gebleken is dat zijn vondsten duidelijk ouder zijn dan de Trojaanse Oorlog. In 1878-1879 groef Schliemann opnieuw in Troje, in 1880-1881 was Orchomenus in Boeotië aan de beurt. Daarna groef hij nog twee keer in Troje (1882 en 1890), en deed opgravingen in Tiryns (1884-1885), en kleiner proefopgravingen op andere plaatsen. Door zijn opgravingen had Schliemann een grote verzameling archeologische vondsten in zijn bezit, die hij schonk aan het Duitse Rijk.

25

In tegenstelling tot het grijsbakkend aardewerk wordt het roodbakkend aardewerk oxiderend gebakken, waardoor het de karakteristieke roodbruine kleur krijgt. Het komt voor vanaf het einde van de twaalfde eeuw. In de dertiende eeuw vindt de overgang plaats van de productie op huishoudelijk niveau van kogelpotaardewerk naar de georganiseerde productie van grijs- en roodbakkend aardewerk. Het vroegste rode aardewerk (uit de dertiende eeuw) is bleekrood van kleur. Dit is dunwandig, zacht gebakken aardewerk. In de tweede helft van de dertiende eeuw wordt er, vanwege de porositeit, een transparante loodglazuur aangebracht. Eerst gebeurt dit spaarzaam, gezien de kostbaarheid van het glazuur, alleen op de bodems van bakpannen en pispotten en op de schouder aan de schenkzijde van kannen en kookpotten; dit wordt spatglazuur genoemd. Later, vanaf de zestiende eeuw, worden de voorwerpen ondergedompeld in de glazuur (dompelglazuur), waardoor het object aan beide zijden voorzien wordt van een laag glazuur. Vanaf circa 1450, ontstaat er een grote verscheidenheid aan vormen die in de loop der tijd steeds gevarieerder wordt. Het gaat vooral om keukengerei: bakpannen, kannen, grapes (kookpotten), vuurklokken, vetvangers, voorraadpotten, vergieten, lekschalen, aspotten, olielampjes, deksels, borden, etc.

26

In de IJzertijd en de Romeins-Inheemse tijd bestonden inheemse woningen uit een constructie van houten palen met daartussen wanden van gevlochten takken. Tegen deze wanden was klei gesmeerd. Wanneer zo’n huis verbrandde (niet ondenkbaar met open vuur in huis) werd de klei in het vuur hardgebakken. Deze resten huttenleem, die anders allang zouden zijn vergaan, komen vandaag de dag nog regelmatig boven de grond bij archeologische opgravingen.

27

De Karolingen waren een dynastie die het Frankische Rijk regeerde van de 8e tot de 10e eeuw. De dynastie nam het Frankische rijk over van de Merovingen in 751, door Pepijn de Korte. De naam van de dynastie is afgeleid van Karel Martel. Karel Martel was de vader van Pepijn de Korte, de eerste Frankische koning van de dynastie, die de laatste Merovingische koning Childeric III afzette. Karel de Grote wilde de cultuur van zijn land verbeteren. Maar hij wilde zelf ook geleerd worden. Karel was bedreven in de rekenkunde, talen, sterrenkunde en het leren schrijven. Hij lag ook aan de basis van de schoolcultuur, omdat hij scholen oprichtte en iedereen verplichtte hun zonen naar school te sturen, zodat ze konden worden opgeleid voor staatsdienst. De vereenvoudiging van het Merovingisch schrift zorgde voor de basis van de Germaanse en Romaanse taal en hun schrift.

28

In de 19e eeuw werd voor het eerst wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorsprong van de indianen. Archeologisch onderzoek maakte duidelijk dat Amerika al ver voor 500 VJ bewoond werd. De Tsjechische Amerikaan Aleš Hrdlička was in het begin van de 20e eeuw een van de eersten die veronderstelde dat de indianen via de Beringstraat naar Amerika waren getrokken.

29 De eerste bieren waren waarschijnlijk van spontane gisting (zoals de moderne lambiekbieren). Waarschijnlijk al 4500 jaar voor de jaartelling werd in Mesopotamië bier gefabriceerd met behulp van bappir. Het is daarmee een van de oudste dranken uit de menselijke geschiedenis. Er zijn bierrecepten uit 3900 voor de jaartelling overgeleverd. In diverse oude mythen en legenden speelt bier een rol, zoals in het Gilgamesj-epos of in de Kalevala. In West-Europa werd bier aanvankelijk algemeen gedronken, maar de Romeinen gingen na verloop van tijd over op wijn. Bier werd daarna vooral geassocieerd met "onbeschaafde" volkeren, zoals de Germanen. Romeinse schrijvers als Tacitus schrijven met veel verachting over het bier dat de Noord-Europese volkeren dronken.
30

In het noordelijke deel van Europa zijn megalithische monumenten veelal van zwerfkeien gemaakt. In zuidelijker gebieden werd vaak kalk of zandsteen gebruikt, dat zich makkelijker laat bewerken en werden de delen in steengroeven uit de rotsen gehouwen. De megalithische tempels van Malta zijn grotendeels van koraal gebouwd. Voor Stonehenge is het materiaal gedeeltelijk over lange afstand aangevoerd en komt waarschijnlijk ook uit een groeve. Andere delen van Stonehenge bestaan uit lokaal materiaal.

31

Met Kelten wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die gedurende het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. Een Kelt was een spreker van een Keltische taal.  Hun voorouders verspreidden zich vanuit een kerngebied in Centraal-Europa zowel in westelijke als oostelijke richting. Rond het begin van onze jaartelling bevolkten Keltische stammen de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland en delen van Midden-Europa en de Balkan. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie. Kenmerkende elkaar opvolgende Keltische culturen zijn de Hallstatt-cultuur, de La Tène-periode gevolgd door de Gallo-Romeinse periode en ten slotte de periode van de Keltische naties tot op heden

Website statistieken gratis, LetsStat X1