Home

December 2014

1

Het verleden moet een springplank zijn, geen hangmat. I. Ball

2

De middeleeuwen is de benaming voor het tijdvak uit de Westerse geschiedenis tussen het einde van de oudheid en het begin van de vroegmoderne tijd. Hoewel er onder historici onenigheid bestaat over de precieze afbakening van de periode, worden de middeleeuwen traditioneel gesitueerd tussen de 5e en de 15e eeuw. Als beginpunt wordt vaak gekozen voor de plundering van Rome in 476, die het definitieve einde van het West-Romeinse Rijk betekende. Vervolgens worden de middeleeuwen opgedeeld in drie afzonderlijke periodes: De Vroege Middeleeuwen (500-1000) de Hoge Middeleeuwen (1000-1250) en de Late Middeleeuwen (1250-1500). Met de opkomst van het humanisme en de renaissance in de 14e en 15e eeuw kwamen de middeleeuwen ten einde en begon de nieuwe tijd.

3

Anta Grande do Zambujeiro is een megalithisch monument gelegen ten zuidwesten van de Portugese stad Évora. Het is één van de grootste hunebedden op het Iberisch schiereiland. Het werd gebouwd tussen circa 4000 VJ. en 3500 VJ. Het werd gebruikt als begraafplaats en wellicht ook voor religieuze doeleinden. Het hunebed werd oorspronkelijk afgedekt door een 7 meter brede steen. De kamer heeft een gang die 12 meter lang is, 1.5 m breed en 2 meter hoog. De ingang werd afgesloten door een grote, versierde menhir, die nu op de grond ligt. Een groot aantal artefacten, gevonden tijdens opgravingen, worden bewaard in het museum van Évora. Het hunebed werd in 1964 ontdekt en in 1971 tot nationaal monument verklaard door de Portugese overheid.

4

De Oekokprinses of prinses van de Altaj (volgens de Altaj: prinses Kadyn) is de benaming door lokale inwoners en Russische journalisten voor een mummie die in 1993 werd ontdekt door de Novosibirskse archeologe Natalia Polosmak in de koergan Ak-Alatsja-3 op het zeer afgelegen Oekokplateau. De ontdekking wordt in Rusland gezien als een van de belangrijkste archeologische vondsten van het einde van de 20e eeuw. Uit onderzoek bleek dat de mummie stamt uit de tijd van de Pazyrykcultuur rond de 5e tot de 3e eeuw VJ. (vroege IJzertijd). Wetenschappelijke resultaten lijken erop te wijzen dat deze cultuur genetisch gezien (qua DNA) sterk overeenkomt met de Nenetsen en Selkoepen, die nu in het noorden van Siberië wonen en niet met de Mongoloïde Altaj die nu in het gebied wonen. De vrouw stierf op een leeftijd van ongeveer 25 jaar en behoorde tot de middenklasse van de Pazyrykse samenleving. Op haar lichaam werden enkele zeer goed bewaard gebleven tatoeages aangetroffen. Rond de vrouw werden enkele dagelijkse voorwerpen aangetroffen.

5

De Chinezen wisten het procedé om porselein te maken ongeveer duizend jaar geheim te houden, maar aan het begin van de 18de eeuw lukte het de geoloog Ehrenfried W. von Tschirnhaus, die in Leiden had gestudeerd en in 1687 een brandglas had ontwikkeld om hoge baktemperaturen te verkrijgen, een belangrijk stap in de ontwikkeling van porselein te maken met de hulp van de alchemist Böttger. De beide mannen werden financieel gesteund en onder druk gezet door de beginnende verzamelaar August de Sterke, keurvorst van Saksen om nieuwe en innoverende industrie te ontwikkelen. Op 15 januari 1708 werd een goed procedé ontwikkeld. Op 24 april van dat jaar werd officieel de eerste porseleinfabriek opgericht met behulp van twee Amsterdamse tegelbakkers: Gerrit van Malsem en zijn stiefvader. Op 28 maart 1709 werd de uitvinding van porselein gemeld aan de keurvorst, toen het was gelukt om negen kopieën van Chinees porselein te produceren. In 1710 verhuisde de eerste Europese porseleinfabriek naar een beter te bewaken plek, de Albrechtsburg in Meissen.

6

Af en toe doet het team van de Britse televisieserie Time Team onderzoek buiten de grenzen van Groot-Brittannië. Onder andere Nederland, de Verenigde Staten en het Caribische gebied zijn al bezocht. Een van de Nederlandse afleveringen ging over de Leidsche Rijn, "the Roman boat on the Rhine", uitgezonden 19 feb 2006 door Channel 4. Elk jaar werden er ook een paar Time Team Specials gemaakt, wat meer een documentaire is dan een reguliere Time Team opgraving. Hoewel de reguliere uitzendingen van Time Team gestopt zijn, is het de bedoeling dat een aantal van deze specials gemaakt blijft worden.

7

De vrouw en kinderen van Allan Billis, de eerste mummie in 3000 jaar, stonden naar eigen zeggen volledig achter de bijzondere wens van hun man en vader. 'Alan zei me op een middag: ik heb iemand gebeld om me te mummificeren. Ik zei: je hebt wat gedaan?! Maar dat was echt typisch iets voor Alan', aldus echtgenote Janet in de Britse krant The Daily Mail. Alan zelf kon er de humor wel van inzien. Samen met een blik tekeningen van zijn kleinkinderen zag hij uit naar zijn 'toekomst in de eeuwigheid' als 'Toetankhamon'.

8

Qin Shi Huangdi wilde China beschermen tegen invallen van nomadische volken. In het noorden waren al enkele muren die door andere staten waren gebouwd, en Qin Shi Huangdi besloot dat deze allemaal met elkaar verbonden en uitgebreid moesten worden zodat er een doorlopende muur ontstond van de Gele Zee naar Centraal-Azië. Met alle draaien en bochten meegerekend strekt de Grote Muur zich uit over een afstand van 6400 kilometer. De hoogte is ongeveer negen meter. De bouw nam ongeveer tien jaar in beslag, van 214 tot 204 voor de jaartelling. De muur werd gebouwd van aarde en steen. Op regelmatige afstanden waren uitkijktorens gebouwd die ongeveer 12 meter hoog waren. Deze dienden om de muur te bewaken en ook om signalen, overdag met rook, 's nachts met vuur, over te brengen naar de hoofdstad Xianyang. De Grote Muur werd gebouwd door soldaten, veroordeelden, krijgsgevangenen en slaven.

9

De naam Jacobakan is ontleend aan een 17de-eeuwse opgraving, waarbij men in de slotgracht van kasteel Teylingen een groot aantal van deze kannetjes vond. Sindsdien doet het verhaal de ronde dat gravin Jacoba van Beieren (1401-1436), die haar laatste levensjaren doorbracht op het kasteel, uit verveling de hobby pottenbakken ging beoefenen. Zij maakte vooral kannetjes naar het model van Siegburg. Vervolgens zou ze die dan uit het raam in de slotgracht gegooid hebben, wat zou verklaren waarom er juist daar zoveel kannetjes teruggevonden zijn.

10

Wie zelf een mummie wil worden na zijn dood, heeft genoeg aan enkele tienduizenden euro's en een enkeltje Salt Lake City, Utah na zijn/haar dood. Want in Amerika is het bedrijf Summum gevestigd, volgens eigen zeggen 'de enige organisatie ter wereld waar moderne mummificatie wordt aangeboden'. Het mummificeren door het bedrijf vindt voor een gedeelte op dezelfde wijze plaats zoals de oude Egyptenaren dat duizenden jaren geleden al deden. Dat wil zeggen dat de ingewanden verwijderd worden. (Niet door een haak door de neus zoals in Egypte vroeger, maar gewoon door een incisie in de buik.) De ingewanden worden geheel gereinigd en weer terug geplaatst in het lichaam. Vervolgens wordt het lichaam enkele dagen in een speciaal badje gelegd. De samenstelling van de vloeistof is uiteraard geheim. Tot nu toe zijn het alleen nog maar huisdieren, waarvan de baasjes geen afscheid konden nemen, die gemummificeerd door Summum door het leven gaan. Maar volgens de firma hebben al zo'n honderd Amerikanen zich aangemeld voor mummificatie na hun dood en is het is alleen nog maar een kwestie van tijd voor de eerste (commerciele) menselijke mummificatie plaatsvindt.

11

De Pharos in Alexandrië  wordt algemeen beschouwd als een van de zeven klassieke wereldwonderen. De toren droeg dezelfde naam als het kleine eilandje voor de kust van Alexandrië, waarop hij gebouwd was. Voor zover bekend was het de eerste vuurtoren die ooit werd gebouwd en dit gebeurde door Sostratos van Knidos in opdracht van de eerste koning van Egypte Ptolemaeus I Soter I. De toren werd tussen 297 en 283 VJ gebouwd en heeft bijna 1500 jaar dienstgedaan voor achtereenvolgens de Grieken, Romeinen, Byzantijnen en Arabieren. Het was de grootste vuurtoren in de oudheid, uit witte natuursteen en wit marmer opgetrokken in drie verdiepingen. Het vuur was op 80 km afstand zichtbaar. Platen van glanzend gepoetst ijzer of brons kaatsten als spiegels de vlam richting zee. De schattingen van de totale hoogte lopen uiteen: bronnen uit de oudheid gewagen van 130 en van 180 m, moderne berekeningen houden het op ca. 100 m, wat hoe dan ook nog een geweldige prestatie is. Volgens Arabische en Europese reisverhalen deed de vuurtoren dienst tot ongeveer 1375 toen een zware aardbeving de bovenste helft met de lichtinstallatie in zee liet storten. Tegen de 15e eeuw was hij vervallen tot een ruïne. Het restant werd in de 16e eeuw verwerkt in een fort dat nu nog altijd op Pharos staat. In 1996 zijn door een Frans/Egyptische duikersploeg beeldhouwwerken en grote steenblokken in zee gevonden die waarschijnlijk onderdelen waren van de vuurtoren.

12

Homo erectus tautavelensis, ook wel bekend als Tautavel-mens, is een uitgestorven ondersoort van Homo erectus. Nadat in 1964 in de grotten van Arago in het Franse Tautavel met opgravingen begonnen werd, werden in 1969 circa 450.000 jaar oude fossiele resten van een hominide ontdekt. Al in 1828 werden op de locatie objecten gevonden. Marcel de Serres, een geoloog van de universiteit van Montpellier, dacht dat deze van dierlijke oorsprong waren. De proto-Moustérien werktuigen, die in 1963 door Jean Abelanet werden gevonden, vormden voor professor Henry de Lumley de aanleiding om in 1964 opgravingen te doen. In de grot van Arago zijn de skeletresten van twee individuen gevonden. Het opgravingsteam vond daar een bijna complete onderkaak met zes tanden van een 40-55 jaar oude vrouw. In juli 1979 troffen de wetenschappers de skeletresten aan van een man, die niet ouder was dan twintig. De studie van onder andere zijn sleutelbeen bewijst, dat H. erectus tautvelensis robuust gebouwd was en circa 1,60 tot 1,65 m groot was. De mannelijke schedel vertoont kenmerken die voorkomen bij zowel Homo heidelbergensis als de neanderthaler. Hij heeft namelijk een plat en terugwijkend voorhoofd met goed ontwikkelde wenkbrauwen (Torus supraorbitalis) en een groot gezicht met rechthoekige oogkassen.

13

In de vroege middeleeuwen lag op de splitsing van de Rijn en de Lek, ongeveer waar nu Wijk bij Duurstede is, de handelsnederzetting Dorestad. Deze havenplaats in het grensgebied van de Franken en de Friezen was een van de belangrijkste commerciële knooppunten in Noordwest-Europa. Dorestad was in de tijd van Karel de Grote een grote handelsplaats, maar is sinds lange tijd volledig van de kaart verdwenen. In Museum Dorestad wordt de geschiedenis van de fameuze handelsplaats Dorestad getoond aan de hand van voorwerpen die in Wijk bij Duurstede zijn gevonden. Museum Dorestad, Muntstraat 42, 3961 AL Wijk bij Duurstede. http://www.museumdorestad.nl

14

De benaming Jacobakan, voor het Siegburg aardewerk, zou komen door de drankzucht van Jacoba van Beieren. De hertogin zelf zou, nadat ze door verdriet over het verlies van haar land aan de drank was geraakt, de lege kannen in de gracht hebben gegooid. In dit verhaal zit zelfs geen kern van waarheid, aangezien de, in de gracht, gevonden kannetjes veelal pas na de dood van Jacoba vervaardigd zijn. Dit soort steengoed wordt echter sindsdien in Nederland algemeen jakobakannetje genoemd.

15

Kraakporselein is Chinees porselein, dat speciaal voor de export werd vervaardigd in de 16e en de 17e eeuw (late Ming-dynastie, de Wanli-periode). De naam "kraak" verwijst naar het Portugese type schip, de kraak, of caraque dat het porselein naar Europa vervoerde. Het porselein is door de Portugezen ook naar Japan vervoerd. In de 17e eeuw werd het gekopieerd door Delftse pottenbakkers en in Arita (Japan). Jacob van Heemskerck behaalde bij zijn reis voor een van de voorcompagnieën een spectaculaire winst door op 25 februari 1603 met drie schepen een Portugees schip buit te maken in de Straat van Malakka, de met zijde en porselein beladen kraak Santa Catharina. Het kraakporselein is voor hoge prijzen verkocht en de bewindhebbers van de VOC besloten meer porselein uit het Keizerrijk China te laten halen. De verscheping kwam eerst rond 1615 goed op gang en werd ook meer op de Nederlandse markt gericht. In het midden van de 17e eeuw, met de Val van de Mingdynastie, kwam er een einde aan de verscheping van dit porselein. De productie werd gestaakt.

16

De nieuwe tijd is het tijdperk van na de Middeleeuwen tot nu aan toe. Dus vanaf ongeveer 1500 tot nu. In de geschiedenis wordt deze periode verder verdeeld in eeuwen. Van 1500 tot aan 1600 noemt men de eeuw van vernieuwing, 1600 tot aan 1700 de gouden eeuw, 1700 tot aan 1800 eeuw van de verlichting, 1800 tot aan 1900 de eeuw van de industriële revolutie en de periode 1900 tot 2000 noemen we ook wel het computertijdperk.

17

De namen van een aantal castella langs de Limes (met hun afstanden) zijn overgeleverd op de Peutinger kaart en het Itinerarium Antonini. In Nederland liep de limes langs wat nu de Oude Rijn, de Kromme Rijn en de Nederrijn is, van Lugdunum (Katwijk) naar Duitsland. Langs deze grens liep de limesweg, die ook wel de limes wordt genoemd. Hij verbond de vele castella die langs de grens waren opgericht met elkaar. Archeologisch onderzoek maakt duidelijk dat in tijd van de keizers Traianus en Hadrianus fors is geïnvesteerd in de uitbouw en het onderhoud van de weg.

18

In 1996 is op  Wieringen een Vikingschat gevonden, de eerste in Nederland. De schat bestaat uit zilveren munten, sieraden en zilverbaren. Door deze vondst is voor het eerst aangetoond dat de Vikingen niet alleen naar Nederland kwamen om te plunderen of te handelen, maar dat sommigen van hen zich hier ook voor langere tijd gevestigd hebben. De schat bestaat uit zes zilveren armbanden, een halsketting van zes gevlochten zilverdraden, een armband van gevlochten zilverdraden, drie muntsieraden, 16 zilverbaren, een deel van een zilveren riembeslag, 78 zilveren munten en fragmenten van een fibulasluiting. De ruim 1600 gram zilver was met wat gras begraven in een potje van Badorf-aardewerk.

19

Uruk, in de Bijbel: Erech genaamd, lag 300 km ten zuiden van waar nu Bagdad ligt. Het was een van de oudste Sumerische steden in zuid-Mesopotamië en is een belangrijke archeologische opgravingsplaats. De stad lag in een vruchtbaar, aangeslibd land, waarschijnlijk aan een (later verzande) arm van de Eufraat. Uruk is in de kopertijd (een periode van het laat-Neolithicum) tot volle wasdom gekomen. De stad was nog belangrijk in de Bronstijd en zelfs nog tot in de ijzertijd. Er wordt wel beweerd dat de huidige naam Irak in de loop der eeuwen van deze stad zou zijn afgeleid. Uruk gold al in het 4e millennium VJ. als een van de oudste stedelijke nederzettingen en was 4.500 jaar lang ononderbroken bewoond. Al vanaf ca. 3.500 VJ. was Uruk een groot, stedelijk centrum. Rond 3.400 VJ. was de nederzettingsheuvel al 19 m. hoog. Uruk kan als een van de centra of zelfs als het centrum van de Sumerische cultuur beschouwd worden. Deze periode wordt in de archeologie de late Uruktijd genoemd en duurt tot ca. 3.000 VJ.

20

De Steen van Rosetta of steen van Rosette, is een donkere granieten steen (van 112 bij 76 cm) die in juli 1799 in Egypte door Franse genietroepen werd ontdekt bij werkzaamheden aan het fort St. Julien (nu Quaitbay) bij de Egyptische plaats Rosetta (nu El Rashid). Op de steen staat op drie verschillende manieren een tekst geschreven: in het Egyptisch door middel van Egyptische hiërogliefen, in het Egyptisch door middel van demotisch schrift en in het Grieks alfabet. Hierdoor bleek de steen een belangrijke sleutel te zijn voor het ontcijferen van hiërogliefen door Thomas Young en Jean-François Champollion. Deze laatste lukte dat als eerste definitief in 1822. Dit leidde tot begrip van de betekenis van hiërogliefen, die vele eeuwen onontcijferd waren gebleven, en dus tot vele andere vertalingen. De tekst op de steen is een dankbetuiging van de priesters van Memphis aan koning Ptolemaeus V Epiphanes. De tekst is gedateerd op 27 maart van het jaar 196 VJ.

21

Archeologisch onderzoek in Nijmegen is gestart door de archeoloog Jan Hendrik Holwerda, wiens interesse werd gewekt door enkele Romeinse oudheden die gevonden waren. Hij groef in de periode 1914 tot 1921 een aantal smalle sleuven. Holwerda kende de Historiae van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, die zegt dat Oppidum Batavorum door Julius Civilis in 69 NJ. in brand werd gestoken. Holwerda verbond zijn vondsten met dit verhaal en meende Oppidum Batavorum gevonden te hebben en zelfs het huis van Julius Civilis gevonden te hebben. Later bleek het echter niet om een inheemse nederzetting te gaan, maar om een Romeins economisch en bestuurlijk centrum: de residentie van de Romeinse magistraten, handwerkslieden en handelaren. Hoewel Holwerda's conclusie onjuist bleek, was duidelijk dat Nijmegen een archeologische toplocatie was. Vanaf 1970 is het gebied als archeologisch monument beschermd en is uitgebreid onderzoek gedaan waarbij vele sporen zijn gevonden die helpen de geschreven historie niet alleen in de tijd, maar ook in de ruimte te plaatsen. Op basis van vondsten kunnen passages die Tacitus schreef door fysiek bewijsmateriaal worden ondersteund.

22

Homo erectus wushanensis werd oorspronkelijk beschouwd als een ondersoort van Homo erectus, maar nu worden de gevonden fossiele fragmenten gerekend tot een uitgestorven niet-mensachtige aap. De eerste fossiele resten van de "Wushan-mens" werden in 1984 in de grot van Longgupo gevonden en worden op ongeveer 2 miljoen jaren oud gedateerd. In latere jaren, te weten 1997-1999 en 2003-2006, vonden archeologen naast stenen werktuigen ook een groot aantal fossielen van dieren, die alleen in een subtropisch bosgebied voorkwamen. Volgens deze circa 2 miljoen jaren oude vondsten moeten mensachtigen al in Azië voorgekomen zijn voordat het geslacht Homo in Afrika diversifieerde. De eerste mensachtige in Azië waren van een andere soort dan H. erectus,. Een 1,9 miljoen jaar oude pre-hominide erectus in China kan het ultieme bewijs voor de hypothese van het multiregionale model zijn, dat vooral door Chinese wetenschappers ondersteund wordt. Met andere woorden: Zijn status als een Homo fossiel is van cruciaal belang voor de studie van de oorsprong van de menselijke soort, omdat het suggereert dat H. erectus niet de eerste menselijke soort was, die Afrika heeft verlaten en het ondersteunt het argument van sommigen dat H. erectus in Azië en niet in Afrika geëvolueerd is.

23

Jean-François Champollion werd geboren op 23 december 1790 in Figeac. Hij stierf in Parijs op 4 maart 1832. Hij was een Frans taalkundige en de grondlegger van de Egyptologie. Zijn beroemdheid dankt aan zijn ontcijfering van het Egyptische hiërogliefenschrift. Jean-François was een wonderkind op het gebied van talen. In 1805 nam zijn broer hem mee naar Parijs. Hij was toen 15 jaar maar kende al Hebreeuws, Syrisch en Chaldeeuws. In Parijs specialiseerde hij zich in Oosterse talen. Hij leerde Koptisch, de liturgische taal van de christenen van Egypte. Het koptisch is verwant met het oud- en middel Egyptisch en een voortzetting van de taal van het Oude Egypte. Dit kwam hem later goed van pas bij zijn ontcijfering van het schrift op de steen. In de jaren 1822-1824 werkte Champollion als een bezetene om zijn begrip van het schrift en de taal verder uit te breiden, en in 1824 gaf hij zijn "Précis du Système Hiëroglyphique" uit, waarmee de basis was gelegd voor het ontcijferen van de vele inschriften en papyri gedurende 3000 jaar geschiedenis. Champollion vertrok daarna naar Turijn om de papyri van die stad te bestuderen en vervolgens naar Egypte zelf, waar hij veel teksten eigenhandig optekende. Na zijn terugkomst in 1830 begon hij al het verkregen materiaal te ordenen en te vertalen. In 1831 werd Champollion benoemd tot hoogleraar in inscripties en letterkunde, maar in 1832 op 40-jarige leeftijd stierf hij plotseling door uitputting. Hij werd begraven op het Cimetière du Père-Lachaise. Zijn broer nam daarna het werk zo goed mogelijk over en gaf zowel de Egyptische grammatica als het woordenboek uit, waaraan Champollion gewerkt had.

24

Het nieuwe archeologische centrum van Noord Holland krijgt een permanente tentoonstelling, een tijdelijke tentoonstellingszaal en een onderzoeksruimte voor met name schoolklassen, maar het wordt nadrukkelijk geen museum. Het gebouw biedt toegang tot onze collectie en biedt mogelijkheden voor educatie, maar is en blijft geënt op de wettelijke taak: mensen laten zien wat er in de Noord-Hollandse bodem gevonden is, voor wetenschappelijke, journalistieke en onderwijsdoeleinden. Dus een bezoekbaar archief, maar wel een archief dat alle inwoners van de provincie trekt. Een kilometer van het centrum vandaan is in 1995 Hilde gevonden. Een vrouwenskelet uit de 4e eeuw NJ. En daarom is de nieuwe naam voor het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland ‘Huis van Hilde’. De naam van Hilde, haar figuur, haar symbolische waarde voor het gebied, haar tijd en haar spullen zullen leidend zijn voor hetgeen we met en in dit gebouw willen doen en zijn. Huis van Hilde

25

Kraakporselein wordt gekenmerkt door de goedkope kwaliteit - het is dun en licht - en een brokkelige, slechte glazuur. Aan de onderkant is vaak ovenzand aangebakken. Karakteristiek zijn ook de in perken uitgevoerde motieven in blauw en wit. Aan de randen van borden en kommen heeft het glazuur vaak niet goed gehecht. Als decoratie komen vaak landschappen en dieren voor zoals vogels en sprinkhanen, soms ook olifanten, leeuwen en paarden. Figuren worden slechts zelden afgebeeld. Het kraakporselein is meestal ongemerkt en bestaat vooral uit borden en kommen. De kommen worden onderverdeeld in zogenaamde kraaikoppen en klapmutsen. Kommen met een decoratie van een kraai noemt men kraaikoppen. Klapmutsen zijn kommen met een rand die naar buiten is "geklapt", de naam verwijst waarschijnlijk naar de overeenkomst in vorm met een toenmalig populair hoofddeksel. Verder komen er dikbuikige vazen met korte hals voor, kendhi's en andere vormen. Opvallend zijn kendhi's in de vorm van dieren zoals een olifant of kikker. In Nederland werd het vaak van generatie op generatie doorgegeven. Het komt veelvuldig voor op 17e-eeuwse stillevens. Ondanks de grote productie is deze soort porselein in trek bij verzamelaars. Het zou na de introductie van het kraakporselein nog een eeuw duren voordat men in Europa in staat was porselein te maken.

26

Egyptische hiërogliefen (Grieks: hieros - "heilig", glyphoi - "groeven") vormen het schrift van het Oude Egypte. Door de Egyptenaren werden ze ook Medu Netjer of "Goddelijke Woorden" genoemd, hetgeen verwijst naar de overlevering dat de god Thoth ooit het schrift aan de Egyptenaren gaf. Het schrift is rond 3100 VJ. ontstaan en werd tot aan het eind van de Oud-Egyptische beschaving gebruikt, waarna het langzaamaan vervangen werd door het Grieks en later het Arabisch. De Egyptische hiërogliefen zijn pictogrammen die klanken uitdrukken. Ze werden alleen geschreven door ambtenaren (schrijvers) die een langdurige en zware opleiding kregen. De vroegste hiërogliefen zijn gevonden in de graven van de eerste koningen zoals de koning Narmer en Hor-Aha. Daar vinden we ze als labels en op gebruiksvoorwerpen zoals kruiken.

27

Yuanmoumens of Homo erectus yuanmouensis verwijst naar een lid van de homo genus waarvan de overblijfselen, twee snijtanden, werden ontdekt in de buurt van het dorp Danawu in het Yuanmou district in de zuidwestelijke Chinese provincie Yunnan. Later zijn er op dezelfde plek stenen artefacten, dierlijke botresten, tekenen van menselijke arbeid en as van kampvuren opgegraven. De overblijfselen van Yuanmoumens werden op 1 mei 1965, door de geoloog Fang Qian ontdekt. Baserende op de paleomagnetisch datering van de rots, waarin de snijtanden werden gevonden, werden aanvankelijk de fossielen op ongeveer 1.700.000 jaar geleden geschat, waardoor ze tot de oudste menselijke fossielen behoren, die gevonden zijn in China en Oost-Azië. Echter, Liu en Ding (1984) merkten op dat de fauna-sequentie op de opgravingsplek ongebruikelijk was, namelijk omgekeerd: met meer uitgestorven soorten in de hogere dan in de diepere niveaus. Zij suggereren dat de ouderdom van de fossielen geschat moet worden op 600.000 tot 500.000 voor het heden. Deze jongere datering is meer in overeenstemming met de huidige stand van kennis over de verspreiding en evolutie van mensachtigen in Azië.

28

Het Demotisch was een schriftsysteem in het Oude Egypte. De Grieken verwezen er naar met δημοτικά / dēmotiká (van demotikos of "volks") en de Egyptenaren met 'het schrijven van documenten' (sš n šˁ.t): het Demotisch. Het kwam op omstreeks 600 VJ. als vervanger van het hiëratisch schrift. Het is afgeleid van zowel het hiëratisch als van het hiërogliefenschrift, maar dat wordt verhuld door de vloeiende vorm van dit schrift. Eerst werd het vooral gebruikt voor juridische en bestuurlijke documenten en later ook voor literaire en religieuze teksten. Demotisch kan verdeeld worden in Vroeg-Demotisch, Midden-Demotisch (Ptolemaeisch Demotisch), en Laat-Demotisch (Romeins-Demotisch).

29

In de woestijn van Jordanië hebben archeologen in 2012 de resten van een nederzetting uit de prehistorie gevonden. De mogelijk twintigduizend jaar oude hutten zijn de oudste gebouwen die ooit in Jordanië zijn gevonden. De vondsten werden gedaan op de Kharanev IV site in de woestijn van Jordanië. Bij opgravingen troffen de archeologen twee hutten aan van ongeveer twee tot drie meter lang. De gebouwen waren gemaakt van struikgewas en zijn later in vlammen opgegaan, zo bleek uit de verkoolde resten. Uit koolstof-datering blijkt dat de resten tussen de 19.300 en 18.600 jaar oud zijn. In de hutten vonden de archeologen nog een aantal zeldzame voorwerpen, waaronder schelpen, een kralenketting en een inscriptie op kalksteen. Daarnaast werden in de omgeving ook nog grote aantallen stenen werktuigen en dierlijke resten aangetroffen, wat wijst op een nederzetting van aanzienlijke omvang. De bewoners van deze hutten leefden hier gedurende lange periodes. Ze wisselden voorwerpen uit met andere stammen uit de regio en begroeven hun doden bij hun nederzetting. Al deze activiteiten vonden plaats ver voor de komst van nederzettingen gerelateerd aan de landbouw. Daarnaast is ook de vondst van de schelpen, die afkomstig zijn uit een 250 kilometer verderop gelegen streek, voor de archeologen interessant. Dit wijst er namelijk op dat de prehistorische stammen ver reisden en regelmatig met elkaar handelden.

30

Hiëratisch schrift (Grieks hieros=heilig), is het schrift dat de Egyptenaren gebruikten op papyrus in plaats van hiërogliefen om dingen makkelijker op te schrijven. Het ontstond al vroeg, rond 2800 VJ, dus tijdens de 1e Dynastie van Egypte. Nadat het vervangen werd voor het demotische schrift, gebruikten priesters het nog enkele eeuwen, voordat het rond 400 VJ echt was verdwenen.

31

Zonder kennis van het verleden blijft men steken in het heden.

Website statistieken gratis, LetsStat X1