Tab
Content

 

Home

Juli 2014

1

Wie ook van het verleden geniet , leeft dubbel. Martialis, Romeins schrijver 40-103 NJ.

2

Tijdlijn (Timeline) is een actie- en avonturenfilm uit 2003, geregisseerd door Richard Donner. In de film spelen onder andere Paul Walker, Frances O'Connor, Billy Connolly, David Thewlis en Gerard Butler. De film is gebaseerd op het boek Timeline van Michael Crichton. Daarin verhaalt hij hoe een natuurkundige een op de quantumtheorie gebaseerde computer ontwikkeld, waarmee het mogelijk wordt van ons universum naar parallelle werelden te worden verzonden. Het verleden is zo'n parallel universum en daar worden enkele archeologen heen gestuurd om een voorganger terug te halen. Ze komen in het veertiende-eeuwse Frankrijk terecht, midden in de Honderdjarige Oorlog. De vraag is of ze erin zullen slagen hun opdracht tot een goed einde te brengen en zullen terugkeren. De geschiedkundige informatie die in het verhaal en via illustraties gegeven wordt, is interessant.

3

De Hoofdman van Drouwen (ook wel: Stamhoofd van Drouwen) is een verzameling grafgiften uit circa 1800 VJ. De persoon in het graf waarin deze werden aangetroffen, is volledig vergaan. Het graf werd in 1927 ontdekt door Albert van Giffen in de buurt van de Drentse plaats Drouwen. Gezien de rijkdom aan giften bestaat het vermoeden dat de persoon in het graf een belangrijke rol moet hebben gespeeld in de gemeenschap waarin hij leefde, bijvoorbeeld stamhoofd. De grafgiften bestaan uit bronzen voorwerpen: een Noord-Duits zwaard met versierd lemmet en de restanten van een schede, een randbijl en een scheermes uit Groot-Brittannië.  Ook twee gouden spiraalringen (waarschijnlijk oorringen) behoren tot de inventaris. Tot slot ook flink wat voorwerpen van vuursteen: negen pijlpunten, een slijpsteen en een vuurslag. Het zwaard is het oudste zwaard van Nederland.

4

Stonehenge is een megalithisch monument uit de Jonge Steentijd, dicht bij de plaats Amesbury in de Engelse graafschap Wiltshire en ongeveer 13 kilometer ten noordwesten van Salisbury op de Salisbury Plain. De recentste datering voor de bouw van Stonehenge is bepaald op 2300 voor de jaartelling, 300 jaar later dan tot dan toe werd aangenomen. Het monument bestaat uit een aarden wal rondom een cirkelvormig arrangement van grote, rudimentair bewerkte, staande stenen en is een van de beroemdste prehistorische locaties op aarde. Hoewel het woord 'henge' wel onderdeel vormt van de naam, is het geen echte henge.

5

Andenne-aardewerk is wit of geel en werd op de draaischijf gemaakt. Het Andenne-aardewerk is vervaardigd uit hoogwaardige kleien die vooral wit, geel- en rozebakkend aardewerk opleveren. De potten zijn op de draaischijf gemaakt. Kenmerkend voor dit aardewerk is het spaarzaam aangebrachte geelkleurige loodglazuur op de schouder. Typisch voor de oudste fase zijn de bolle kannen met een door de potwand doorgestoken tuit, een manchetvormige holle kraagrand en een bijgesneden bolle lensbodem. Verder komen schalen en kommen met standlobben voor. Later verschijnen er ook bolle kannen met een platte bodem en een roodbruin glazuur op de schouder. Het productiecentrum Andenne ligt in de Belgische Maasvallei. De grootste productie vond plaats in de 12de eeuw. De industrie werd beëindigd in de loop van de 14de eeuw, toen het glazuren van de gehele potwand om het aardewerk waterdicht te maken, standaard werd. Andenne-aardewerk wordt aangetroffen in het grootste deel van België en Nederland.

6 De Man van Tollund (Deens: Tollundmanden) is een in 1950 bij Silkeborg (Denemarken) gevonden veenlijk. Het lichaam is uitzonderlijk goed bewaard gebleven, en wordt in het boek Guinness World Records benoemd als best bewaard. Op 6 mei 1950, toen de familie Højgaard in het veen turf aan het steken was, werd de man gevonden. Eerst dacht men dat het een verdwenen jongeman was, dus de politie werd erbij gehaald. De politie schakelde een archeoloog in die na onderzoek vaststelde dat het lichaam al 2300-2400 jaar oud was. Uit C14-datering blijkt dat de Man van Tollund omstreeks 350 VJ. om het leven is gekomen. Hij was toen waarschijnlijk ongeveer 30-40 jaar oud. Een deel van het touw waarmee hij werd gedood bevindt zich nog om zijn nek. Onderzoekers constateerden dat de Man van Tollund werd opgehangen en niet gewurgd, onder meer door de manier waarop het touw rond de nek was aangebracht. De tong van de man was gezwollen, wat eveneens wijst op ophanging. Wetenschappers gaan ervan uit dat de man opgehangen werd als offer aan de goden. De man is duidelijk met zorg in foetushouding in het veen gelegd is. Hij had de dag voor hij doodging niet gegeten. Zijn laatste maaltijd bestond uit soep gemaakt van verschillende groenten en zo'n 40 verschillende zaden, waarvan in die tijd een deel in het wild groeide en een ander deel gecultiveerd was. Sommige van de gevonden zaden waren zeldzaam, wat suggereert dat ze voor een speciale gelegenheid gezocht waren. Er werden geen resten van vlees, vis of vers fruit gevonden in de maag en darmen van de Man van Tollund. De Man van Tollund ligt thans in het plaatselijke museum in Silkeborg. Een replica van dit veenlijk is te zien in het museum Ellert en Brammert in Drenthe.
7

De neanderthaler (Homo neanderthalensis) is een uitgestorven mensensoort, die zich in een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk aan ontwikkelde uit Homo heidelbergensis. De eerste onomstreden vondsten van skeletresten die de klassieke neanderthalerkarakteristieken vertonen, dateren van 180.000 en 176.000 jaar geleden. Vondsten uit die tijd, midden in het Saalien, zijn weliswaar zeer zeldzaam, maar dit betekent niet dat er al niet eerder neanderthalers hebben rondgelopen. Een zeer grote vondst, die van rond de 130.000 jaar geleden dateert, werd in 1899 in de nabijheid van de Kroatische stad Krapina gedaan. Vondsten van skeletdelen van neanderthalers komen voor in Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Algemeen wordt aangenomen dat zij niet de directe voorouders van de moderne mens zijn. De neanderthalers leefden enige tijd gelijktijdig met de cro-magnonmens, die geldt als eerste moderne mens en dienovereenkomstig wordt aangeduid als Homo sapiens. De neanderthaler deelt 99,8 % van zijn genoom met deze moderne mens.

8

De ontdekking van de X-stralen in 1895 was een godengeschenk voor de egyptologie. Bij gebrek aan andere middelen, kwam de mummie van farao Tuthmosis IV zelfs per taxi naar zijn wetenschappelijk onderzoek. Sir Grafton Elliot Smith had toen, in 1912, geen ander vervoermiddel gevonden. Smith ontdekte dank zij de X-stralen, dat het mummificeren van farao’s van de 21ste dynastie met andere methoden geschiedde dan de mummificatie van farao’s van eerdere dynastieën.

9

Het terracottaleger van Qin Shi Huangdu staat in vijf kuilen op twee kilometer van de grafheuvel. Boven deze kuilen zijn hallen gebouwd waar men het terracottaleger kan bekijken. De soldaten zijn geplaatst in 6 meter diepe geulen. Deze gangen, van elkaar gescheiden door aarden wallen, waren ooit bedekt met een frame van hout en aarde. Na de Qin-dynastie zijn de grafkelders geplunderd en in brand gestoken, waardoor de terracottasoldaten zwaar werden beschadigd.

10

Een van de 7 wereldwonderen van de antieke wereld waren de Hangende tuinen van Babylon. De tuinen zijn aangelegd rond 600 jaar voor onze jaartelling door de Babyloniers. Ze hebben ongeveer 500 bestaan en zijn vernietigd door zandstormen in de eerste honderd jaar voor onze jaartelling. De hangende tuinen van Babylon waren volgens de overlevering een serie terrassen, omringd door muren met torens, in wat vandaag de dag Bagdad in Irak is. Op die muren waren bomen, struiken en bloemen geplant. De tuinen 'hingen' als het ware boven de oevers van de rivier de Eufraat. Er zijn geen Babylonische bronnen bekend die over de tuinen berichten. Het is mogelijk dat in de loop der tijd de tuinen verward zijn met die van Ninive. Babylonische bronnen in de vorm van kleitabletten beschrijven namelijk wel tuinen in Ninive, inclusief een op een schroef van Archimedes gelijkend proces om water op de gewenste hoogte te krijgen.

11

Arbil in Irak heeft als vroegste bewoning 2.300 VJ maar de stad is waarschijnlijk ouder. Het werd gesticht werd als Urbillum door de Sumeriërs. De huidige stad is gebouwd op een tell, een heuvel, met bovenop een oud Chaldees fort. De oude naam voor Arbil was Arba-Ilo, omdat de stad toegangspoorten had in de vier windrichtingen (arba betekent vier en ilo ingang). De naam verwijst naar vier goden van het Sumerische "arba" (vier) en "ila" (god). Gedurende de tijd van de Assyriërs stond de stad bekend als Arba-ilu en was een belangrijk religieus centrum voor de verering van de godin Isjtar, aan wie een tempel gewijd was. Sinds de val van Saddam Hoessein in 2003 heeft de stad maar een paar aanslagen meegemaakt, dit in tegenstelling tot de rest van Irak. Vandaag de dag zijn in Arbil het parlement van Koerdistan en de Koerdische regering gehuisvest. Arbil is de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan.

12

Wanneer mensen actief gebruik van vuur gingen maken, is niet precies bekend. Waarschijnlijk was de Homo erectus de eerste mensachtige die in staat was vuur te beheersen. De exacte periode is daarbij moeilijk te achterhalen. Zo zijn sporen van menselijk vuur op de voornamelijk openluchtsites van het Oldowan van voor 800.000 jaar geleden moeilijk te onderscheiden van natuurlijk vuur. Verbrande botten in Swartkrans in Zuid-Afrika en resten van haarden in Koobi Fora en Chesowanja in Kenia zijn mogelijke sporen van vuurgebruik van zo'n 1,5 miljoen jaar geleden, maar kunnen ook door natuurlijk vuur zijn veroorzaakt. Het vroegste gebruik van vuur zal onderwerp van onderzoek blijven, maar vanaf zo'n 400.000 jaar geleden is het gebruik van vuur ondubbelzinnig en wijdverspreid. Hoewel er op basis van archeologische gegevens geen definitieve uitspraken te doen zijn, lijkt het waarschijnlijk dat vuur werd gebruikt voor steeds meer doeleinden naar gelang de vaardigheid in de beheersing toenam.

13 De stad Troje was lange tijd alleen bekend uit verhalen in de mythologie, zoals de oude Griekse heldendichten Ilias en Odyssee van Homerus en het Latijnse heldendicht Aeneis van Vergilius. Heinrich Schliemann, naar eigen zeggen op basis van de Ilias, begon in 1870 de opgravingen in de heuvel Hissarlik, en vond daar het oude Troje. In die tijd stond de archeologie echter nog in de kinderschoenen. Schliemann ging vrij grof te werk. Hij slaagde er echter wel in Troje te vinden, met goudschat en al. Schliemann dacht dat deze goudschat, bestaande uit gouden sieraden, de "Schat van Priamus" was. Tegenwoordig staat echter wel vast dat deze vondst veel ouder was dan het Troje van de Trojaanse Oorlog. Schliemann slaagde erin de gevonden schat uit Turkije te smokkelen en schonk hem aan zijn geboortestad Berlijn. Op het einde van WO II werd de goudschat - samen met andere kunstvoorwerpen - door het Russische leger meegenomen uit het gebombardeerde Berlijn. Hij bleef decennialang spoorloos. In de jaren negentig van de 20e eeuw werd bekend dat de "Priamus schat" al die tijd opgeslagen was in een geheime ruimte van het Pushkinmuseum te Moskou. In dit museum wordt hij thans tentoongesteld. Latere opgravingen zijn geleid door Carl Blegen in de jaren 30, en Manfred Korfmann tussen 1977 en 2005.
14

De collectie van Breda's Museum betreft de kunst- en cultuurgeschiedenis van de stad Breda en omgeving en die van het Bisdom Breda. De grote verzameling van ca. 65.000 stuks omvat beeldende en toegepaste kunst van de Late Middeleeuwen tot heden en een collectie over de stedelijke geschiedenis van Breda op thema. De verzameling omvat onder andere affiches, oude foto's, cartografisch materiaal en oude prenten. De permanente expositie van het museum bestaat uit opstellingen in drie dependances en een speciale kindertentoonstelling in het museum aan de Parade, getiteld 'Stofnesten'. Voor het overige biedt Breda's Museum wisselende tentoonstellingen waarin steeds delen van de collectie aan bod komen. Breda’s Museum, Chassépark Breda, Parade 12-14, 4811 DZ Breda. http://www.breda-museum.org

15

In de 12e eeuw begon men aardewerk te bakken op hogere temperaturen, waardoor het baksel zeer hard werd, het zogenaamde protosteengoed. De temperatuur was echter nog niet hoog genoeg om het hele baksel te sinteren. Dat wil zeggen dat de magering, vaak bestaande uit (grof) zand of kleine grindjes, nog niet versmolt tot een homogene massa. Hierdoor bleef het oppervlak van het voorwerp ruw. Proto-steengoed dateert uit de 13e eeuw en het begin van de 14e eeuw. Protosteengoed wordt op de draaischijf gemaakt, in onder andere het Rijnland (met name Siegburg), Langerwehe, het Eifelgebied (Mayen) en in Brunssum en Schinveld. Het heeft een grove structuur, een ruw oppervlak en een duidelijk zichtbare magering van grof zand. De draairingen zijn vaak duidelijk zichtbaar. De dikke scherven zijn vaak donker(-bruin) en met soms een paarse ijzerengobe. Incidenteel komen er op de hals radstempelversieringen voor.

16

Cyriacus van Ancona , eigenlijk Ciriaco de' Pizzicolli (1391-1454) was een reiziger met archeologische belangstelling. Hij stamde uit een welgestelde familie van handelaren. Vanaf 1423 reisde hij het gehele Middellandse Zeegebied af op zoek naar monumenten, munten en inscripties, vooral uit de Romeinse en Griekse Oudheid. Hij bezocht het hof van Byzantium en werkte enige tijd als secretaris voor de Ottomaanse sultan Mehmet II. Hij was een kritisch man die al in deze vroege tijd een wetenschappelijke methodiek trachtte na te streven. Hij beschouwde monumenten en inscripties als getuigen waaraan bestaande ideeën en theorieën getoetst dienden te worden, na eerst beoordeeld te hebben of zij als getuigen betrouwbaar waren. Dit druiste in tegen het leergezag van de gevestigde theorieën en verklaringen, bijvoorbeeld die van de Kerk. Een groot deel van zijn werk is verloren gegaan.

17

Homo rudolfensis is een uitgestorven mensensoort van ongeveer 1,9 miljoen jaar geleden. In 1972 werd door Richard Leakey een schedel van deze soort gevonden bij het Rudolfmeer in Kenia (tegenwoordig Turkanameer geheten). De gevonden schedel bestaat uit honderden botstukjes. Homo rudolfensis was waarschijnlijk een alleseter. Hoewel Homo habilis en Homo rudolfensis deels samen leefden, is Homo rudolfensis ouder, maar Homo habilis leefde langer voort. In vergelijking met andere schedels van de Homo habilis zijn de verschillen te uitgesproken. Dit doet vermoeden dat de soort tegelijkertijd met de Homo habilis leefde. Als mogelijke overgangsvorm kan hij een van de mogelijke voorouders van de huidige moderne mens zijn. Niet iedereen is hiervan overtuigd. Zo plaatsen Wood and Collard de Homo rudolfensis gezien zijn morfologische kenmerken niet meer bij de Homo-groep. Homo rudolfensis leefde in Oost- en Zuid-Afrika. De meeste wetenschappers denken dat Homo habilis onze directe voorouder is, maar enkelen twijfelen hieraan en zien Homo rudolfensis als voorouder. In de reconstructie die Leakey van de schedel maakte koos hij voor een plat, menselijk gezicht, waarbij de herseninhoud op 700 cm3 kwam. Bij deze reconstructie was de herseninhoud van deze soort kleiner dan die van moderne mensen, maar groter dan die van de Homo habilis. Bij later onderzoek door de Amerikaanse onderzoeker Timothy Bromage, die een computerreconstructie maakte, werd de onderkaak meer naar voren gezet. Hierdoor werd de schedelinhoud verkleind naar 500 cm3 en kreeg de schedel een meer aapachtig uiterlijk.

18

De Amerikaan, sir Armand Rufer, ontwikkelde in 1910 een methode om menselijke, maar gemummificeerde weefsels, opnieuw elastisch te maken. Zo kon onder meer worden nagegaan welke ziekten de illustere overledenen hadden getroffen. Het nog altijd gevreesde bilharziosis (parasitaire wormen), maar ook arteriosclerose, de pokken, tuberculose en afwijkingen in het beendergestel blijken indertijd vele sterfgevallen te hebben veroorzaakt.

19

Neolithicum betekent nieuwe steentijd (Neo = nieuw). In Nederland laten we deze periode ongeveer 10.000 jaar geleden beginnen omdat de verschillende perioden elkaar overlappen. Het belangrijkste kenmerk is de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden en aan landbouw en veeteelt deden. Dit schijnt op meerdere plaatsen op de wereld onafhankelijk van elkaar in ongeveer dezelfde tijd begonnen te zijn. Het begin van deze periode van verandering en de snelheid waarmee deze zich ontwikkelde, verschilt van regio tot regio en wordt dan ook per regio behandeld. De belangrijkste veranderingen die het gevolg waren van de wijziging in levenswijze waren: het gebruik van werktuigen van gepolijste steen, keramisch vaatwerk (gebakken potten), de ontdekking van de metaalbewerking (koper), het wiel en het schrift.

20

De megalithische tempels van Malta vormen een verzameling prehistorische tempels op de Maltese archipel waarvan de bouw teruggaat tot de periode 3.600 – 2.500.VJ. Archeologen menen dat deze megalithische complexen het eindresultaat vormen van plaatselijke innovaties in een proces van culturele ontwikkeling. Er kon op Malta een hele evolutie in de tempelbouw vastgesteld worden. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt tussen de Ġgantijafase (3600-3300 VJ.) en de Tarxienfase (3000-2500 VJ.). De Maltese tempelcultuur is verdwenen omstreeks 2500 vóór onze jaartelling. De tempels bestaan uit door hoefijzervormige of niervormige structuren van aan elkaar gebouwde apsissen.

21

Tjerk Vermaning was een Nederlandse amateurarcheoloog, voornamelijk actief in de provincie Drenthe. Hij verwierf bekendheid door zijn vondsten die vervalsingen bleken te zijn. Tussen 1965 en 1972 ontdekte hij in Drenthe drie veronderstelde vondstcomplexen uit het Midden Paleolithicum: Hoogersmilde, Hijken en Eemster (Lheebroek). Omdat deze vondsten zouden betekenen dat de bewoningsgeschiedenis van Drenthe met dertig à vijftigduizend jaar verlengd werd, kregen zij veel aandacht in de media. Vermaning werd op 18 maart 1975 gearresteerd op beschuldiging van oplichting. Tijdens de rechtszaak werden de conclusies van onderzoek door het Biologisch Archeologisch Instituut ondersteund door diverse deskundigen en door een onafhankelijk rapport van het Gerechtelijk Laboratorium. Vermaning werd schuldig bevonden aan oplichting en werd in 1977 veroordeeld tot een maand cel. Hij ging in hoger beroep en werd daarop in 1978 vrijgesproken omdat, naar de mening van de rechter, niet kon worden bewezen dat Vermaning zelf de bewuste artefacten had vervalst.

22

Kirkuk in Irak heeft als vroegste bewoning 2.200 VJ. Het is een stad in het noorden van Irak dichtbij de rivier de Hasa en de ruïnes van een 3000 jaar oude plaats. Het ligt in de Iraakse provincie at-Ta'mim. Kirkuk is al jaren het strijdtoneel van Koerden en Turkomannen: de Koerden willen Kirkuk indelen bij Iraaks Koerdistan terwijl de Turkomannen dit pertinent niet willen.

23

Nieuw Land erfgoed bewaart en beheert collecties die voor Flevoland van grote cultuurhistorische waarde zijn. Bij elkaar opgeteld tonen de collecties de eeuwenoude geschiedenis van Flevoland: van de bewoners van het moeraslandschap in de Nieuwe Steentijd, langs de Middeleeuwse heren van Kuinre, via de vissers van de Zuiderzee en de bewoners van Urk en Schokland, tot de verhalen van de polderwerkers en pioniers, de bouw van nieuwe steden en de inrichting van het nieuwe land. Nieuwlanderfgoed, Oostvaardersdijk 0113, 8242 PA Lelystad. http://www.nieuwlanderfgoed.nl

24

De oudste megalithische tempels, die van Ġgantija  op Malta, werden in 1980 door de UNESCO in de lijst van het Werelderfgoed opgenomen. In 1992 besloot de commissie de lijst uit te breiden met vijf andere megalithische tempels: Ħaġar Qim, Mnajdra, Ta' Ħaġrat, Skorba en Tarxien. Erfgoed Malta beheert en beschermt de sites vandaag; het eigendomsrecht van de omgeving verschilt van site tot site. Deze tempels zijn de oudste vrijstaande bouwsels op aarde

25

Steengoed of gres is een vorm van keramiek, dat wordt gemaakt van gresklei en die kan worden afgebakken bij hogere temperaturen (1200-1300°C); hierbij versintert de klei, nadat soda aan het bakproces is toegevoegd. Het product is geschikt voor het bewaren van vloeistoffen doordat het materiaal niet poreus is. In het eerste kwart van de veertiende eeuw evolueert het bijna-steengoed tot het echte steengoed waarbij de scherf bij een baktemperatuur van ca. 1300 graden Celsius een zeer fijne, glaspasta-achtige structuur vrijwel zonder magering heeft gekregen. Vanaf het eerste kwart van de veertiende eeuw, is Siegburg het belangrijkste productiecentrum voor steengoed. Eerst zijn het vooral witte tot lichtgrijze ongeglazuurde kannen die hier worden vervaardigd. Later verschijnen er rood-grijs gevlamde vlekken aan de buitenkant van de voorwerpen, die soms zijn bedekt met wat transparante zoutglazuur. Het zijn met name schenk- en drinkgerei (kannen, drinkschaaltjes, trechterbekers). Bekend zijn de zogenaamde Jacobakannen. De juiste benaming van deze kannen is Siegburgkannen.

26

Een koergan is de Russische benaming voor een grafheuvel. De verspreiding van deze grafheuvels komt door de Jamnacultuur in Oekraïne. Koergans werden gebouwd in de kopertijd, bronstijd en ijzertijd. Een aantal culturen en volkeren gebruikten de koergans waaronder de Sroebnacultuur, de Jamnacultuur, de Scythen, de Sarmaten, de Hunnen en de Koemanen. Op het feit dat al deze culturen en volkeren dezelfde grafheuvels gebruikten, baseerde de Litouws-Amerikaanse archeologe Marija Gimbutas in 1956 de koerganhypothese, de hypothese dat alle Indo-Europese volkeren van een centraal volk uit het huidige Zuid-Rusland afstammen.

27

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond de Australische soldaat Maurie Isenberg een vijftal muntjes vlak bij zijn radarpost op een van de eilanden aan de noordkust. Op een landkaart gaf hij met een X de vindplaats aan. Pas in 1979 bracht hij zijn vondst naar een museum, dat de muntjes onderzocht. Aangenomen wordt nu dat de muntjes, die tussen 900 en 1300 gemaakt moeten zijn, afkomstig zijn van het voormalige Afrikaanse sultanaat Kilwa, een eiland vlak bij Tanzania. Daar lag ooit een bloeiende havenstad, met handelsroutes naar India. Door deze vondst ligt de mogelijkheid open dat zeevarende lieden het Australische continent honderden jaren eerder ontdekten dan tot nu toe werd aangenomen. Tot op heden staat in de geschiedenisboeken dat het gebied voor het eerst in 1606 werd bezocht door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Janszoon.

28

In Groot Brittannië heeft een team van historici en archeologen in 2011 bewijs ontdekt van een kamp dat stamt uit de steentijd. Een man die zijn hond uitliet stuitte op een handvol vreemd uitziende stenen. Het bleken de stenen fragmenten te zijn van vuursteen dat ontstond tijdens het maken van gereedschap in de steentijd. De vondst zou de locatie kunnen aanduiden als de enige plek van de Midlands (het traditionele middengedeelte van Groot-Brittannië) waar ooit een neolithisch kamp is gevonden. De Cannock Wood stam, zoals de inwoners van het mogelijke kamp nu worden genoemd, was geen grote gemeenschap. Het is daarom des te meer opmerkelijk dat een dusdanige stam toegang had tot vuursteen in een gebied waar steen schaars was. Het is niet de eerste vondst die in Cannock Wood is gedaan. In 1907 werd er een ‘fabriek’ van vuursteen uit de steentijd gevonden. Twee Britse archeologen vonden toen onder meer zeshonderd vuursteenmessen. Men denkt dan ook dat er nog meer archeologische schatten gevonden zullen worden in het gebied.

29

De Etrusken vormden een bevolkingsgroep met een eigen taal, het Etruskisch, die vanaf  900 VJ het gebied tussen de rivieren Arno en Tiber (tegenwoordig Toscane, en delen van Umbrië en Latium) op het Apennijns Schiereiland beheerste. Dit gebied noemt men in dit kader Etrurië. De Etruskische cultuur is de eerste grote beschaving op het Italisch schiereiland, en in hun bloeitijd, 700 tot 500 VJ, vormden de Etrusken een van de hoogst ontwikkelde volken van de oudheid. Rome werd 150 jaar door Etruskische koningen geregeerd en de Romeinen dankten hun schrift, cultuur en godsdienst voor een groot deel aan de Etrusken. In 280 VJ versloegen de Romeinen de Etruskische steden definitief, maar de culturele invloed bleef doorwerken. Een bekende Romein van Etruskische afkomst was Maecenas (hij sprak echter Latijn) en ook de beroemde dichter Vergilius had Etruskische voorouders.

30

Een regenboogschoteltje is een muntje uit de IJzertijd die in de laatste eeuwen vóór het begin van onze jaartelling vervaardigd is, onder meer door stammen uit het Rijngebied. In Nederland zijn ze gevonden in de Betuwe, in het Noord-Brabantse Laarbeek en in het Limburgse Echt. Regenboogschoteltjes zijn qua vorm schotelvormig (dus niet plat, zoals onze moderne munten) en zijn gemaakt van zilver met een beetje goud en koper. Aan de ene kant is vaak een triskelion of driebeen afgebeeld, en aan de andere kant een aantal rondjes. Het is een klein muntje, met een middellijn van circa 16 à 20 mm. De naam regenboogschoteltje is voortgekomen uit het idee dat deze munten ontstonden op de plek waar de regenboog de grond raakt. Over de functie van de schoteltjes en de identiteit van de makers bestaat nog veel onduidelijkheid. Naar aanleiding van historische bronnen vermoedt men dat ze niet gebruikt werden als munt voor gewoon betalingsverkeer.

31

De Tabula Peutingeriana of Peutinger kaart is een kopie van een Romeinse reiskaart uit de 3e tot 4e eeuw. Zij beslaat een gebied van Groot-Brittannië, Spanje en Noord-Afrika in het westen tot de Ganges rivier in het oosten. De oudste bekende kopie is een handschrift uit de 13e eeuw, dat nu bewaard wordt in de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen. Het is deze kopie die de naam gaf aan de kaart. Vervaardigd door een monnik uit Colmar werd de kaart in een bibliotheek in Zuid-Duitsland gevonden door Conrad Celtis, die het vervolgens in 1507 naliet aan de humanist Konrad Peutinger uit Augsburg.

Website statistieken gratis, LetsStat X1