Home

Juni 2014

1

Wie zich het verleden niet herinnert, is gedoemd het opnieuw te beleven. George Santayana, Spaans - Amerikaans filosoof 1863 – 1952

2

The Hunt for the Hidden Relic (Das Jesus Video) is een Duitse thriller uit 2002. De film is geregisseerd door Sebastian Niemann met als hoofdrolspeler Matthias Koeberlin als de jonge archeoloog Steffen Vogt. De film begint met een archeologische opgraving in Israël. Hier wordt een 2000-jaar oud skelet gevonden met in zijn handen... de handleiding voor een videocamera uit het jaar 2003! Terwijl wetenschappers zich afvragen of ze te maken hebben met een grap, oppert archeoloog Steffen Vogt zijn opzienbarende theorie: het skelet is volgens hem van een tijdreiziger die 2000 jaar terug in de tijd is gereisd om met een videocamera opnames te maken van Jezus van Nazareth. De ontdekking zet een reeks gebeurtenissen in werking met een verrassende ontknoping.

3

Toet-anch-amon was een koning van de 18e dynastie vanaf 1333 tot 1323 voor de jaartelling. Hij was pas 9 jaar toen hij farao werd en 19 toen hij stierf. Hij stierf waarschijnlijk aan een ontsteking in zijn knie, veroorzaakt door een breuk, in combinatie met malaria. Lange tijd dacht men dat hij vermoord werd maar een scanonderzoek in 2009 heeft aangetoond dat dat niet klopt. In zijn graf werden 170 wandelstokken gevonden. Niet verwonderlijk als men weet dat zijn ene been een centimeter korter was dan het andere. Bovendien had hij een scheve ruggengraat en een klompvoet. Hij was getrouwd met zijn halfzuster Ach-nesen-amon.

4

Een trilithon of triliet is een structuur bestaande uit twee grote verticale stenen die een derde horizontale steen ondersteunen. De benaming wordt gebruikt in de context van de grote megalithische monumenten. Het woord trilithon komt van het Griekse tri=drie en lithos=steen, en werd voor het eerst gebruikt door William Stukeley.

5

De muur van Antoninus is 63 kilometer lang en loopt van Old Kilpatrick aan de Firth of Clyde in het westen naar Bo'ness bij Falkirk aan de Firth of Forth in het oosten. De muur moest de langere Muur van Hadrianus, die 160 kilometer zuidelijker lag, vervangen als grens van de Romeinse provincie Britannia. De muur is gebouwd van plaggen op een stenen fundering. Om de twee mijl was een fort gebouwd. Het best bewaard is Rough Castle, niet ver van Falkirk. De muur werd al na twintig jaar verlaten, toen de Romeinse legioenen zich terugtrokken op de Muur van Hadrianus rond 162. Na een serie aanvallen in 197 arriveerde keizer Septimius Severus in Schotland in 208 om de grens te stabiliseren en delen van de muur werden gerepareerd. Deze herbezetting van de muur heeft maar enkele jaren geduurd.

6

Een hunebed is een prehistorische grafkamer. Men vindt vaak brandsporen in en bij hunebedden. De doden worden in gestrekte, zittende of in gehurkte houding bijgezet en vergezeld met grafgiften. Men heeft in bijna alle hunebedden grote hoeveelheden aardewerk en andere voorwerpen gevonden. Het aardewerk bestaat uit sterk versierde platte schalen, kommen, grote potten, bekers en flesjes. De versieringen bestonden uit diep ingedrukte ornamenten. Ook wapens worden veelvuldig aangetroffen zoals hamers en bijlen en verder pijlpunten, messen en krabbers van vuursteen. Menselijke resten worden maar zelden gevonden. Dat is waarschijnlijk een gevolg van de zure bodemgesteldheid in Nederland, waar skeletten volledig in kunnen vergaan. Lijfsieraden zijn ook weinig gevonden. Het zijn meestal kralen van barnsteen en git (gagaat), veelal geïmporteerd en karakteristiek voor steentijdculturen van Engeland, Frankrijk en ook Midden-Europa. In Nederland komt het oudste metaal (koper) uit een hunebed bij Buinen, gevonden in 1927 door Van Giffen. De spiraalvormige kralen die uit dit koper waren gemaakt, worden gedateerd rond 2500 VJ.,  hoewel de hunebedden ouder zijn. Ook in Odoorn is koper gevonden in een hunebed. De kralen zijn te zien in het Drents Museum te Assen.

7

De Merovingische dynastie dankt zijn naam aan Merovech, een min of meer legendarische koning van de Salische Franken van 447 tot 457. Zijn kleinzoon, Chlodovech, ook bekend als Clovis, kon het grootste deel van Gallië ten noorden van de Loire verenigen. Het rijk van Clovis werd na zijn dood overeenkomstig de Salische wetten over zijn vier zonen verdeeld. De hoofdstad van het rijk was tot 486 gelegen in Doornik. Waar het centrum van het Merovingische rijk voordien lag, en tot wanneer, is tot op heden het onderwerp van discussie. Er is enkel bekend dat dit waarschijnlijk Duisburg aan de Rijn, hoewel Duisburg nabij Tervuren ook wel gesuggereerd is. Na Doornik verplaatste Clovis zijn hoofdstad naar Parijs.Halverwege de 7e eeuw hadden de Merovingen weinig feitelijke macht meer, en waren ze vooral symbolische figuren. Ze begonnen zichzelf steeds meer toe te leggen op wereldlijke geneugten, en lieten het regeren van hun koninkrijk over aan hofmeiers. De Karolingen onttroonden de Merovingen in 751, toen Pepijn de Korte de Frankische edelen achter zich kreeg en de laatste Merovingische koning, Childerik III, afzette.

8

Het Merovingische aardewerk is vernoemd naar de Merovingen. Zij waren een dynastie van Frankische koningen, die over een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige België, Frankrijk en Duitsland regeerden van de 5e tot in de 8e eeuw. In die periode is er een duidelijke vernieuwing in de modellen van aardewerk gaande. In Nederland komen in het algemeen drie soorten aardewerk voor: gladwandig aardewerk, ruwwandig aardewerk en handgemaakt aardewerk. De gladwandige en ruwwandige keramiek is gedraaid en voor een deel afkomstig uit bekende pottenbakkerijen in Duitsland en België. Handgemaakt aardewerk is in de Merovingische en later de Karolingische tijd over het algemeen van lokale herkomst.

9

Het Terracottaleger van Qin Shi Huangdu is in de loop van eeuwen geleidelijk aan bedekt met een drie meter dikke zandlaag. Zo heeft het leger 2200 jaar onder de grond gelegen, tot het in 1974 werd ontdekt door boeren.

10

De wetenschapsmensen, die in 1798 Napoleon Bonaparte tijdens zijn veroveringstochten naar Egypte vergezelden, onderzochten de mummies geenszins op een zachtaardige manier. Zij verbrijzelden de borstkassen en ledematen tijdens hun onderzoek. Gelukkig voor Seti I en Ramses II was het geen Fransman, maar een Paduaan, Giambattista Belzoni, die hun graven gevonden heeft.

11

Een van de 7 wereldwonderen van de antieke wereld was en is de Piramide van Cheops. De piramide werd door de Egyptenaren rond 2584 - 2561 voor onze jaartelling gebouwd. De Piramide bestaat nog steeds en staat in Gizeh, Egypte. Het is het oudste bouwwerk op de lijst van de 7 wereldwonderen. Tot aan de voltooiing van de Kathedraal van Lincoln, Engeland in 1311 was hij met zijn 146 meter het hoogste gebouw van de wereld.

12

De Bataviawerf in Lelystad is opgericht in 1985. Willem Vos, een bouwer van traditionele houten schepen, kreeg toen voor zijn idee om een replica van het schip Batavia te bouwen een terrein toegewezen aan de kust van het Markermeer. De Bataviawerf heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een centrum voor historische scheepsbouw. Er wordt zo veel mogelijk gebruikgemaakt van authentieke en ambachtelijke bouwmethoden, terwijl tevens onderzoek wordt gedaan naar scheepsbouwtechnieken uit met name de 17de eeuw. De bouw van op authentieke wijze gebouwde historische schepen trok vanaf het begin veel aandacht van bezoekers. De werf werd daardoor ook een toeristische attractie. Daarnaast werd de bouw van historische schepen opgezet als een leer- en werkervaringsproject voor jongeren. De Bataviawerf is een particuliere stichting zonder winstoogmerk. De organisatie kan worden gekenschetst als een combinatie van toeristisch bedrijf, centrum voor ambachtelijke scheepsbouw, kenniscentrum en vrijwilligersorganisatie. Bataviawerf, Oostvaardersdijk 01-09 8244 PA Lelystad.
http://bataviawerf.nl  

13

Thomas Young (Milverton, 13 juni 1773 – Londen, 10 mei 1829) was een Engels natuurkundige, egyptoloog en arts. Hij wordt wel beschouwd als "de laatste persoon die alles wist" ofwel hij was bekend met vrijwel de hele toenmalige wetenschappelijke kennis. Hij stond wel bekend als "het fenomeen Young". Hij verklaarde de optische verschijnselen van de diffractie en interferentie van licht. Als egyptoloog kwam hij met de eerste wetenschappelijke ontcijfering van de hiërogliefen.

14 De bekendste trilieten of megalithische steenformaties zijn die op Stonehenge en die gevonden werden in de megalithische tempels van Malta. Beiden zijn vermeld op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ook de drie massieve stenen van de muur van de Romeinse tempel van Jupiter in Baalbek, Libanon vormen trilithons. Nog een beroemde trilithon is de Haʻamonga ʻa Maui in Tonga, Polynesië. De term wordt verder ook gebruikt om de hunebedden in België en Nederland mee aan te duiden.
15

De hunebedden in Nederland zijn gebouwd in de nieuwe steentijd, het Neolithicum, van 3450 tot circa 3250 VJ., maar ze zijn gebruikt tot circa 2850 VJ. Dit valt onder andere af te leiden uit het gebruikte aardewerk, waaronder de gedurende de gehele periode gebruikte trechterbeker. Vandaar dat de hunebedbouwers beschouwd worden als vertegenwoordigers van de Trechterbekercultuur. Volken van deze cultuur vormden vanwege hun grote verspreidingsgebied waarschijnlijk geen homogeen geheel. Van hun geschiedenis is zeer weinig bekend.

16

Het Paar van Weerdinge zijn twee veenlijken die op 29 juni 1904 door veenarbeider Hilbrand Gringhuis gevonden zijn in het Weerdingerveen bij Weerdinge in Drenthe. De veenlijken bevinden zich nu in het Drents Museum in Assen. Na de vondst werden de lichamen overgebracht naar het lijkenhuis op de begraafplaats van Nieuw-Weerdinge. Hiertoe werden de lijken opgerold en in een kistje gestopt. Aanvankelijk ging men ervan uit dat het hier een man en een vrouw betrof, maar recent DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het hier om twee mannen gaat met beiden een andere moeder. Aanvankelijk stond de vondst dan ook wel bekend als echtpaar van Weerdinge en in de volksmond ook wel als het echtpaar Veenstra. De veenlijken dateren uit de late ijzertijd. De doodsoorzaak van het rechter veenlijk is mogelijk een messteek in de borst. Vrijwel alle botten zijn vergaan. Wel zijn enkele organen bewaard gebleven. Dit komt door de zuren die in het veen aanwezig waren.

17

Homo heidelbergensis is een uitgestorven mensensoort die leefde tussen 500.000 tot 200.000 jaar geleden. De soort wordt beschouwd als directe voorouder van de moderne mens (Homo sapiens). Vroeger werd deze soort aangeduid als 'pre-neanderthaler' of 'archaïsche Homo sapiens. Homo heidelbergensis vertoont gelijkenis met zowel de neanderthaler, Homo sapiens als Homo erectus. De eerste vondst van deze soort werd in 1907 gedaan door Daniel Hartmann in de zandgroeve Grafenrain in Mauer bij Heidelberg. Het betrof een onderkaak die bekend is geworden als de 'kaak van Mauer'. Een jaar later werd de kaak door Schoetensack als een nieuwe mensensoort beschreven.

18

Homo helmei is een uitgestorven mensensoort, waarvan een schedelfragment in 1935 door professor T.F. Dreyer in de buurt van Bloemfontein bij Florisbad in de Unie van Zuid-Afrika is ontdekt. Het schedelfragment is rond de 260.000 jaren oud. Op verschillende plaatsen in Afrika hebben wetenschappers skeletdelen van overeenkomstige mensensoorten gevonden. Ze tonen een mozaïek van kenmerken: een sterk ontwikkelde wenkbrauw, laag voorhoofd, gebogen occipitale bot, een grote wanddikte en een uitgesproken lang hoofd. De gemiddelde hersencapaciteit van deze mensengroep wordt geschat op ca. 1.400 cc. en is daardoor iets groter dan die van de moderne mens (1.350 cl.). Aangezien de vondst van Dreyer als eerste gevonden en beschreven is, worden al deze archaïsche Homo sapiens van oudere datum gerekend tot de Homo helmei. Professor Dreyer noemde zijn vondst naar de financier van zijn opgraving R.E. Helme. Bij het schedelfragment vond Dreyer stenen werktuigen, die overeenkomsten vertonen met de industrie van de Middensteentijd. Deze technologie kwam voor in Afrika ten zuiden van de Sahara  en wordt geassocieerd met de 'jongere' archaïsche Homo sapiens.

19

Jeruzalem in Israёl/Palestina heeft als vroegste bewoning 2.800 VJ. Het is de hoofdstad van de staten Israël en Palestina. Jeruzalem heeft een gemengde Joodse en Arabische bevolking. De stad was de oude hoofdstad van het koninkrijk Israël, na de scheuring de hoofdstad van het koninkrijk Judea en later van het Latijnse koninkrijk Jeruzalem. Het is een van de meest omstreden gebieden ter wereld. Als een duizenden jaren oude stad is het een bakermat van het jodendom en het christendom, en worden de stad of plaatsen erin door volgelingen van deze twee religies en door de islam als heilig beschouwd. Ondanks de aanslagen die er vrij geregeld plaatsvinden, trekt de uit natuursteen opgetrokken stad jaarlijks honderdduizenden pelgrims en andere toeristen.

20

De runeninscriptie van Bergakker werd ontdekt in 1996 op een zwaardschede en gevonden in een akker. De vondst heeft tot veel discussie onder taalkundigen geleid. Men neemt aan  dat de inscriptie van 425-450 NJ stamt en Frankisch is. Uit deze tijd is er van de Franken, in wat nu Nederland is, tot heden zeer weinig terug gevonden. De inscriptie bevestigt de aanwezigheid van de Franken in het gebied van de Betuwe. Er blijkt ook uit dat de Franken gebruik maakten van het Runenschrift. Van hun Friese buren was dat al langer bekend. De betekenis van de inscriptie worden uitgelegd als: haþuþȳwas ann kusjam logūns, wat in Nederlands zou worden vertaald als: Ik of hij? gun(t) een vlam (zwaard) aan de uitverkorenen". De vertaler en duider van de tekst tekent wel aan dat de betekenis van een aantal letters niet goed duidelijk is. De vorm van de woorden vertoont verder kenmerken die overeenkomen met het latere Oudnederfrankisch, waarvan de westelijke tak ook wel Oudnederlands genoemd wordt. Indien deze interpretatie steek houdt kan de inscriptie dus gezien worden als de oudste zin in het Nederlands.

21

Onderwaterarcheologie is het deel van de archeologie die zich bezighoudt met de bestudering van overblijfselen die zich onder het wateroppervlak bevinden. In 1943 werd door Jacques-Yves Cousteau en Emile Gagnan een duikuitrusting met perslucht uitgevonden. Hierdoor kreeg men meer bewegingsvrijheid. Gevolg hiervan was dat er talrijke archeologische vindplaatsen onder water aan het licht kwamen. In de jaren 50 werd veel aandacht besteed aan de technische uitvoering van een opgraving. Er werden methoden ontwikkeld om archeologische overblijfselen onder water op systematische en gecontroleerde wijze op te graven en in kaart te brengen. Vooral het onderzoek van scheepswrakken en de inpoldering van watergebieden droeg bij tot de vorming van een eigen vakgebied.

22

Ramses II, wiens mummie werd opgegraven door de Fransman Gaston Maspero, onderging een ruwe behandeling. Hij werd ontrafeld op 1 juni 1886, ruim een eeuw geleden, maar dat gebeurde in amper een kwartier en met zo'n haast dat zijn schedel werd verbrijzeld. Wellicht ging toen veel informatie verloren, die van veel belang had kunnen zijn voor wetenschappers van toen en nu. Dankzij later onderzoek werd Maspero vrijgesproken van de beschadiging aan de schedel. De schedelfractuur van Ramses II dateerde al van tijdens zijn mummificatie.

23

Kloostermoppen, ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd, zijn middeleeuwse bakstenen. Ze waren veel groter dan de huidige bakstenen en werden vooral gebruikt in kloosters, kerken en kastelen. Ofschoon het niet met zekerheid vastgesteld kan worden is de heersende opvatting dat kloosterorden aan de bakermat van de baksteenfabricage stonden, hetgeen blijkt uit de naam; ook bakstenen die niet door monniken gebakken waren werden in de volksmond zo genoemd. Sommige huizen werden ook uit kloostermoppen opgetrokken, maar, omdat deze erg duur waren, werden ze meestal in die tijd van hout gebouwd. Als vuistregel geldt: hoe dikker de mop, hoe ouder. De oudste stenen hadden hetzelfde formaat als de tufstenen die uit de Eifel geïmporteerd werden. De afmetingen verschillen van ca. 30-38 x 14-18 x 8-12 cm (l x b x h). Later ontstond een min of meer standaardformaat van 28,5 x 13,5 x 8,5 cm.

24

In het Thermenmuseum in Heerlen vindt u de indrukwekkende restanten van een Romeins badhuis, de thermen. Het is het best bewaarde Romeinse (publieke) badgebouw van Nederland. Het museum heeft daarnaast een gevarieerde collectie gebruiksvoorwerpen uit de Romeinse tijd, afkomstig uit Coriovallum, de Romeinse stad die onder Heerlen ligt. Thermenmuseum Heerlen, Coriovallumstraat 9, 6411 CA Heerlen. http://www.thermenmuseum.nl

25

Een hunebed of dolmen is een megalithische (Grieks: mega = groot, lithos = steen) steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen. Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) vulden ooit de tussenruimtes op, maar deze zijn over het algemeen verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. Een ingang ligt bij hunebedden meestal aan de zuidkant van de steenkamer. In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen). Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.

26 Mesolithicum betekent middensteentijd (Meso = midden). Het Mesolithicum heeft niet overal dezelfde begin en eindtijd. In Nederland zijn sporen van Mesolithische culturen gevonden bij onder andere de Swifterbandcultuur die eigenlijk valt onder het Neolithicum. We geven dus wel aan dat de periode bestaat maar laten deze verder buiten beschouwing. Het Mesolithicum begint na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 VJ. en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of overneemt (Neolithicum). Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van bestaan van de mensen in Mesolithische culturen, die doorgaans als rondtrekkende jager-verzamelaars leefden, nederzettingen zijn zeldzaam en meestal tijdelijk.
27

Pingsdorf-aardewerk is genoemd naar een plaats ten zuiden van Keulen. Dit aardewerk met de karakteristieke rode verfstrepen werd ook op andere plaatsen in het Rijnland gemaakt en zelfs in ons land, in Zuid-Limburg (Brunssum en Schinveld). De baktemperaturen van het Pingsdorf-aardewerk bedroegen over het algemeen 900-1000 graden. De voornaamste vorm is de kruikamfoor met brede schouders, bandvormige oren en een klein opgezet tuitje. Maar ook andere vormen komen voor, zoals potten met ronde bodem, schalen en bekers. De versiering is aangebracht met ijzerhoudend slib, in kleur variërend tussen oranje, rood, bruin en paars. Deze versiering steekt meestal duidelijk af tegen het witte of beige-bakkende aardewerk, dat vervaardigd is van ijzerarme klei. Het is meestal gedraaid en wordt gemaakt vanaf de 10e eeuw. Het zijn vooral voorraadpotten met een tuit (tuitpotten), (drink)bekers en enkele handgemaakte kogelpotten. Het wordt tot ca. 1200 gemaakt. Daarna gaat het over in het zogeheten proto-steengoed.

28

Tyrus in Libanon heeft als vroegste bewoning 2.750 VJ. Tyrus is een oude havenstad in het zuiden van Libanon, gelegen aan de Middellandse Zee. Het ligt op minder dan twintig kilometer van de grens met Israël, in het gelijknamige district Tyrus. De naam van de stad betekent 'rots'. In de Oudheid was Tyrus een van de belangrijkste steden van Kanaän. De Oud-Griekse historicus Herodotus verklaart dat Tyrus gesticht werd in ongeveer 2700 VJ. Het werd de latere havenstad van de Feniciërs. Een deel van de stad lag aan de kust en een deel lag op een prachtig eiland. Tabletten uit de periode tussen 1400 en 1200 VJ wijzen op een Hurritisch sprekende minderheid van aanzienlijke omvang in de stad Ugarit van Cyprioten, Hettieten, Egyptenaren, mannen uit Tyrus en Byblos, Mesopotamië en Palestina. Ook volgens de Bijbel is Tyrus een van de eerste steden na de zondvloed. In de Oudheid stond Tyrus bekend om de productie van een bijzondere kleur purper, Tyrisch purper. Het werd gewonnen uit de purperslak, een bepaalde zeeslak. De kleur bleef gereserveerd voor de koningen en keizers, waaronder de Romeinse keizer.

29

Tufsteen is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is. Andere benamingen voor tufsteen zijn duifsteen en dufsteen. In de Middeleeuwen werd het in Nederland vaak gebruikt als bouwmateriaal. Het werd toen vooral gewonnen in de Eifel en verhandeld via plaatsen als Utrecht en Deventer, waarnaar het over de Rijn en IJssel werd verscheept. Vanaf de dertiende eeuw werd het tufsteen steeds vaker vervangen door andere steensoorten die uit de plaatselijke omgeving konden worden betrokken zoals bakstenen (kloostermoppen).

30

Sommige archeologen zijn van mening dat de naam Askenaz in de bijbel het equivalent is van de Assyrische naam Ashguzai, waarmee het ruitervolk de Scythen werd aangeduid. Spijkerschrifttabletten spreken over een alliantie tussen dit volk en de Mannai in een opstand tegen Assyrië in de zevende eeuw VJ. In Jeremia 1:13-5 lezen we dat vlak voordat Jeremia begon te profeteren, de Scythen langs het land Juda trokken naar Egypte en terug, maar ze lieten de inwoners van Juda ongemoeid.

Website statistieken gratis, LetsStat X1