Home

Mei 2014

1

Wie het heden beoordeelt moet over voldoende verleden beschikken. Wim de Bie

2

‘Lara Croft: Tomb Raider’ is een Amerikaanse speelfilm uit 2001 onder regie van Simon West. De film is gebaseerd op de Tomb Raider computerspellen. De hoofdrol wordt gespeeld door Angeline Jolie. In deze film gaat de hoofdrolspeelster op zoek naar de twee helften van een heel oud artefact, dat de eigenaar enorm veel macht geeft. Hiervoor moet ze een heel machtig en dus gevaarlijk geheim genootschap verslaan. ‘Lara Croft Tomb Raider: The Cradle of Life’ is een Amerikaanse speelfilm uit 2003 onder regie van Jan de Bont. De productie werd genomineerd voor een Saturn Award, maar hoofdrolspeelster Angelina Jolie daarentegen voor een Golden Raspberry Award voor slechtste actrice. In deze tweede film gaat de hoofdrolspeelster op zoek naar de Doos van Pandora.

3

Een grafgift is een voorwerp dat aan een overleden persoon wordt meegegeven in het graf. In oude culturen gebeurde dit omdat men geloofde dat de overledene dit voorwerp in het hiernamaals zou kunnen gebruiken. Te denken valt hierbij aan gebruiksvoorwerpen zoals zwaarden en potten, maar ook voedsel en drank. Sieraden werden ook meegegeven aan de overledene en soms werden er speciaal voorwerpen gemaakt. Een bekende grafgift in Nederland is bijvoorbeeld die van de Hoofdman van Drouwen: een aantal bronzen en gouden voorwerpen. Internationaal is het terracottaleger van keizer Qin Shi Huangdi een bekende grafgift. Ook het ongeschonden koningsgraf van de Egyptische farao Toetanchamon bevatte vele grafgiften.

4

De Muur van Antoninus (Engels: Antonine Wall) is door de Romeinen gebouwd in het huidige Schotland, ter hoogte van de rivieren Clyde en Forth. Het doel van de muur was om invallen van de stammen, de latere Picten, vanuit het noorden te voorkomen. In de loop van de tijd is de muur bijna geheel verdwenen, maar er zijn nog steeds delen te zien, onder andere in Falkirk. De bouw van de Muur van Antoninus begon ongeveer in 142 NJ., tijdens het bewind van keizer Antoninus Pius. Na 12 jaar was de bouw gereed.

5

Besmijten is het aanbrengen van een kleipap op het oppervlak van een pot voordat die wordt gebakken. Daardoor krijgt de pot een pokdalig en ruw oppervlak. De reden hiervan is niet duidelijk en wordt door de één verklaard als decoratie, de ander benadrukt de functionele waarde (makkelijker hanteerbaar, thermisch voordeel). Op basis van dit specifieke kenmerk kan een scherf in de Late Bronstijd of IJzertijd worden gedateerd.

6

Toetanchamon of Toetankhamon was een farao van de 18e Dynastie (1550-1292 VJ) van het Oude Egypte. Hij heette oorspronkelijk Toetanchaton, later werd om politiek-religieuze redenen zijn naam veranderd in Toetanchamon, wat zoveel betekent als: "Levend evenbeeld van Amon". Zijn troonnaam Nebcheperoere betekent: "Heer van de manifestaties van Ra". Toetanchamon was geen opvallende farao. Zijn beroemdheid is vooral te danken aan het zeldzame feit dat zijn graf, toen het in 1922 door Howard Carter werd gevonden, vrijwel ongeschonden bleek te zijn. Het voor een farao kleine graf bevatte meer dan 3500 kunstvoorwerpen die nog zeer intact waren.

7

Homo georgicus is een ondersoort van de uitgestorven mensensoort Homo erectus die in 2002 als soort werd beschreven op grond van de in 1991, 1999 en 2001 in Dmanisi, Georgië gevonden schedels en kaken. De fossielen zijn ongeveer 1,8 Ma oud. Bij de fossielen werden ook werktuigen en dierlijke botten. Homo georgicus leek aanvankelijk evolutionair tussen de oudere Homo habilis en de jongere soort Homo erectus te staan. Homo georgicus werd 150 cm lang. Aanvankelijk was men van mening dat de fossielen tot Homo ergaster behoorden maar vanwege de verschillen in afmetingen werden de resten als nieuwe soort beschreven.

8

De zeven wereldwonderen van de antieke wereld verwijzen naar opmerkelijke constructies uit de klassieke oudheid. Deze zeven bewondering en soms ontzag oproepende bouw- of kunstwerken uit de klassieke oudheid werden aangewezen door verschillende schrijvers, zoals Philon van Byzantium (±280 – 210 VJ) en Antipater van Sidon (2e eeuw VJ). Voor de Grieken had het getal zeven een magische betekenis: ze kenden zeven planeten, zeven kleuren, zeven weekdagen, zeven wetenschappen enz. Alle zeven wereldwonderen bevinden zich binnen de veroverde grenzen van het rijk van Alexander de Grote, hoewel twee ervan, niet door Grieken zijn gebouwd. Van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen staat er nog slechts één overeind. Dit is tevens het oudste bouwwerk van de wereldwonderen.

9

De Chinese keizer Qin Shi Huangdu (221-214 VJ), wiens graf werd ontdekt in 1974, geloofde dat het graf zijn paleis voor de eeuwigheid was en dat het leven onder de grond een vervolg was van zijn leven op de aarde. Rond zijn tombe bevinden zich grafkamers met giften, die ervoor moesten zorgen dat zijn ziel in het hiernamaals gevoed en beschermd werd. Van de kleine honderd grafkamers zijn er nog maar enkele geopend; er liggen nog ontelbare schatten onder de grond.

10

Omstreeks het begin van de vorige eeuw had een touroperator, genaamd Cook, er een gewoonte van gemaakt om zijn klanten een mummie te schenken, die ze vervolgens van zijn windels mochten ontdoen.

11

Gaziantep in Turkije heeft als vroegste bewoning 3.650 VJ. Oorspronkelijk heette de stad Antep, wat “goede bron” betekent. In 1920, het jaar van de onafhankelijkheidsoorlog van Turkije, werd het voorvoegsel Gazi, “strijder”, aan de naam toegevoegd. De huidige naam Gaziantep betekent “onverwoestbare bron”.

12

Het runenschrift (kortweg runen) is het oudst bekende schrift van Europa en werd gebruikt door de Germaanse volkeren van Noord-Europa, Groot-Brittannië, Scandinavië en IJsland vanaf ongeveer de 3e eeuw tot de 16e of 17e eeuw. Het bestaat uit letters samengesteld uit meestal rechte en hoekige lijnen die gemakkelijk in bijvoorbeeld steen of hout kunnen worden gekrast of geritst. Bij gebruik op metaal werden de hoekige vormen ronder en vloeiender. Ook in Nederland zijn runeninscripties gevonden, met name in Friesland. In 1996 werd in Bergakker een zwaardschede gevonden welke gedateerd werd rond het jaar 450. Op de zwaardschede stond de zogenaamde runeninscriptie van Bergakker. Het bevat een zin met een van de oudste Nederlandse woorden (ann, ik gun). Bij de Dom van Utrecht werd in 1936 een replica geplaatst van de steen van Jelling in Denemarken.

13

Het Archeon is een themapark in het zuiden van Alphen aan den Rijn dat zich richt op de Nederlandse geschiedenis. Het park is in drie sferen verdeeld: de prehistorie, de Romeinse tijd en de middeleeuwen. In die delen staan gebouwen die ofwel letterlijk naar een archeologisch model ofwel in de stijl van het bepaalde tijdperk gebouwd zijn. Werknemers in het park (archeotolken genoemd), gekleed volgens de mode van het betreffende tijdvak, spelen typische bezigheden voor hun tijdvak na, zoals weven, land bewerken en potten bakken en lichten de bezoekers daarover voor. Hierbij kunnen bezoekers ook zelf proberen om deze bezigheden uit het verleden te doen, zoals bv. boogschieten in de middeleeuwen of mozaïeken met steen in de Romeinse Tijd. Archeon, Archeonlaan 1, 2408 ZB Alphen a/d Rijn. http:\\www.archeon.nl

14

Pompeï is de naam van een provinciestad met ongeveer 20.000 inwoners die bestond van de 7e eeuw voor Christus tot in de eerste eeuw na Christus. Pompeï, dat in 62 NJ al door een aardbeving was getroffen, werd in 79 bedekt door as als gevolg van een uitbarsting van de Vesuvius. Het is daardoor een van de best bewaarde Romeinse steden geworden. Het werd aan het eind van de zestiende eeuw ontdekt. Sinds de 18e eeuw worden er archeologische opgravingen verricht. Grote delen van de stad zijn blootgelegd en geven een goed geconserveerd beeld van het Romeinse dagelijks leven. Pompeï staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en is een belangrijke toeristische attractie die jaarlijks zo'n 2,5 miljoen bezoekers trekt.

15

Paffrath-aardewerk is afkomstig uit het plaatsje Paffrath, ten noordoosten van Keulen maar ook uit naburige plaatsen als Wilderath. De potten zijn vrijwel rond met op schouderhoogte een hoekige knik. Over het algemeen zijn de randen driehoekig en naar buiten toe afgeschuind. Ze hebben een vrij korrelige oppervlak met een metaalachtige glans die varieert van grijswit naar blauwig tot zwart. De potten zijn zonder decoratie. Bij breuk ziet men dat het baksel een witte, bladerdeegachtige structuur heeft met een fijne magering van zand. Paffrath-aardewerk dateert tussen de elfde en het einde van de twaalfde eeuw. Na die tijd komt men kleine kookpotten (met een haakoor) tegen, die kunnen worden gedateerd tussen ca. 1200 en 1225.

16

Het meisje van Yde is een op 12 mei 1897 bij Yde gevonden veenlijk. Het bevindt zich nu in het Drents Museum in Assen. In mei 2006 werd bekend dat de vindplaats, natuurgebied De Hondstongen dicht bij Yde, niet de originele vindplaats is geweest. De twee ontdekkers, turfstekers, waren aan het werk in het Stijfveen tussen Yde en Vries. Omdat hun werkzaamheden daar illegaal waren, want niet op gebied van de eigen marke, besloten ze daarom het lijk te verplaatsen. Nazaten van de turfstekers hielden het verhaal lange tijd geheim uit angst de naam van hun voorvaderen te besmeuren. Uit C14-datering blijkt dat het meisje van Yde tussen 54 VJ en 128 VJ is gestorven. Zij was op dat moment 1,40 m groot en ongeveer 16 jaar oud. Ze had een afwijking aan haar ruggenwervels (scoliose) waardoor ze waarschijnlijk wat krom was en vermoedelijk ook mank liep. Haar hoofd is voor de helft kaalgeschoren en ze heeft een bandje met schuifknoop om haar hals. Dit bandje was oorspronkelijk een tailleband en is niet geweven, maar gemaakt in de sprangtechniek, een zeer oude vlechttechniek. Het is drie maal om haar hals gewonden en de knoop is onder haar linkeroor aangetrokken. Er is een opening in de huid boven het linker sleutelbeen die het gevolg kan zijn van een messteek. Onduidelijk is de reden van haar gewelddadige dood. Het kan een straf zijn geweest, maar ze kan ook geofferd zijn. Het meisje van Yde is bekend vanwege de reconstructie die van haar gezicht is gemaakt en die te zien is in het Drents Museum in Assen.

17

Homo habilis is een uitgestorven mensensoort en planteneter die 2,2 tot 1,5 miljoen jaar geleden in Oost-Afrika leefde. Deze soort was kleiner dan de tegenwoordige mens en had een geschatte lengte tussen 1,20 m en 1,55 m. Er zijn zeer weinig fossiele resten van Homo habilis bekend. Over de taxonomie van deze soort bestaat onenigheid. Volgens sommige onderzoekers zijn de resten te primitief om in het geslacht Homo te passen en zou plaatsing in Australopithecus meer gerechtvaardigd zijn. De streken waar Homo habilis van bekend is, lagen indertijd in de savanne. De naam habilis staat voor "handig" in de zin van omgang met werktuigen. Er zijn stenen werktuigen bekend die aan Homo habilis worden toegeschreven. Daarmee zou deze soort de eerste mensensoort geweest zijn die deze werktuigen maakte. De eerste werden in 1959 in de Olduvaikloof in Tanzania (choppers en chopping tools) gevonden en later werden zij ook in Kenia aangetroffen.

18

De ontdekker van het Behouden Huys, de Noor Elling Carlsen, nam een groot aantal vondsten uit het Behouden Huys mee en verkocht ze aan een Engelsman Ellis Lister Kay, die ze aan de Nederlandse regering verkocht. In 1876 bezochten de Engelsman Gardiner en de Noor Carlsen opnieuw de plaats en Gardiner schonk zijn vondsten, waaronder het "cedelken" (Een verantwoording en afscheidsbrief van Barentsz en Heemskerck dat nu in het Rijksmuseum ligt), aan Nederland. In 1993-1995 werd de vindplaats uitgebreid onderzocht door Nederlandse (van het Rijksmuseum en de Universiteit van Amsterdam) en Russische archeologen. Een replica van het Behouden Huys is te vinden op Spitsbergen, een paar kilometer ten oosten van Longyearbyen.

19 Op 22 oktober 2000, rond 6 uur ’s ochtends, werd de amateur-archeoloog Shinichi Fujimura door een journalist van de krant Mainichi Shimbun op heterdaad betrapt bij het planten van artefacten in de paleolithische opgraving van Kamitakamori in Japan. Fujimura was onderdirecteur van Tohoku Paleolithic Institute en een van de meest vooraanstaande archeologen in Japan. Veertien dagen later werd een videoband met beelden van de planting openbaar gemaakt, waarna Fujimura de vervalsing toegaf. Later bleek, dat hij betrokken was bij de vervalsing van een veel groter aantal vindplaatsen. Tussen 1972 en 2000 plantte hij artefacten op meer dan 42 opgravingen. Hij gebruikte een speciaal hulpmiddel om met minimale verstoring van het omgevende sediment zijn artefacten in de vondstlaag te verstoppen. Alle opgravingresultaten bleken als gevolg van fraude, waardeloos te zijn. Fujimura, bijgenaamd ‘God’s hand’, had naam gemaakt met veel spraakmakende ontdekkingen. Hij had in meerdere stappen de vroegste aanwezigheid van mensen in Japan, verlegd van 30.000 jaar naar 600.000 jaar. Door deze affaire zijn nu alle claims van vindplaatsen met een ouderdom groter dan 30.000 jaar verdacht.
20

De Prehistorische locaties en beschilderde grotten in de Vézèrevallei in Frankrijk bestaat uit het dal van de Vézère met de beroemde, tijdens de oude steentijd beschilderde grotten, met als waarschijnlijk bekendste voorbeeld die van Lascaux. Alle grotten en prehistorische locaties in de vallei zijn in 1979 als groep op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO gezet.

21

Beiroet in Libanon heeft als vroegste bewoning 3.000 VJ. Veel van de oudste steden met constante bewoning liggen in Libanon. De eerste stad die we tegenkomen is Beiroet, vroeger bekend onder de naam “Berytus”. Westerlingen noemden Beiroet dankzij de allure ook wel “Parijs van het Oosten”. Tijdens de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) was de stad bijna compleet verwoest. De laatste jaren is er hard gebouwd aan de wederopbouw.

22

Speurhonden zijn er in veel varianten, maar de zwarte Labrador Migaloo is vermoedelijk de eerste getrainde archeologische speurhond. In 2012 heeft zij een 600 jaar oud skelet gevonden dat bijna twee meter onder de grond lag begraven. Migaloo is getraind door hondenexpert Gary Jackson. Hij deed dit door maandenlang de 250 jaar oude overblijfselen van een Aboriginal begraafplaats te gebruiken als proefmateriaal. Deze overblijfselen had hij te leen van het Zuid-Australische Museum. Volgens Jackson kan de hond nu “met 100 procent zekerheid” botfragmenten opspeuren. De voormalige recordhouder was speurhond Candy die 25 jaar geleden op een opgravingsite in Ontario een 175 jaar oud mensenbot vond. Het is zeer waarschijnlijk dat er vanaf nu meerdere honden getraind gaan worden als archeologische speurhond.

23

De Vloek van de farao is het volksgeloof dat beweert dat diegene die zich toegang verschaft(e) tot het graf van een farao, hiervoor gestraft zou (zal) worden. Het bekendste verhaal betreffende de vloek van de farao betreft het graf van farao Toetanchamon. Na opening van de tombe, zouden enkele leden, waaronder de financier van de uitgravingen Lord Carnarvon, op mysterieuze wijze kort na elkaar zijn gestorven. In het graf zouden plakkaten gevonden zijn met de bezwering "Degene die de slaap van de Farao stoort zal met de vleugels van de dood worden aangetast". Zes weken na opening van het graf werd Lord Carnarvon ziek met hoge koorts en ijlen gevolgd door  coma. Op de dag van zijn dood gingen in Caïro alle lichten uit. De hond van Carnarvon (die zich in het huis van zijn baas in Engeland bevond) zou hard zijn gaan janken en viel daarna dood neer. Uit onderzoek bleek dat Lord Carnarvon hoogstwaarschijnlijk stierf aan bloedvergiftiging veroorzaakt door het opensnijden van een muggenbeet tijdens het scheren. De tekst die wordt aangehaald, is later nergens teruggevonden in de tombe van Toetanchamon. Ook het verhaal van de hond van Lord Carnavon is nergens terug te vinden. Het uitvallen van het licht in Cairo gebeurde heel vaak, dus dat was niets bijzonders. Van de 58 deelnemers aan de opening van het graf, stierven slechts 8 mensen binnen twaalf jaar, wat een normaal sterftegetal is voor die periode.

24

Vanaf de jaren vijftig vonden in het centrum van Aardenburg grootschalige opgravingen plaats. Daarbij werd zoveel gevonden dat een aantal historisch geïnteresseerde Aardenburgers besloten een archeologisch museum op te richten. In 1958 werd hiertoe een pand aan de Markt in gebruik genomen. Omdat dit pand al snel te klein bleek, werd in 1963 door de toenmalige gemeente Aardenburg een monumentaal, zeventiende-eeuws woonhuis aangekocht aan de Marktstraat. In enkele jaren werd het gebouw intern verbouwd tot museumpand. In 1968 was Koningin Juliana er de eerste bezoeker. De officiële opening vond in 1969 plaats. De collectie bestaat uit archeologische vondsten uit Aardenburg. Ze zijn zeer divers van functie, vorm en materiaal en dateren uit de Romeinse tijd en de middeleeuwen. Gemeentelijk Archeologisch museum Aardenburg, Marktstraat 18, 4527 CL Aardenburg. http://www.museumaardenburg.nl

25

Romeins en Inheems-Romeins. Tijdens de 1ste eeuw NJ tijdens de bezetting door de Romeinen bestond het Inheemse aardewerk nog voornamelijk uit het handgevormde materiaal. Het werd in open vuren gebakken bij temperaturen van circa 600°C waardoor het bros bleef en een sterk gevlamd oppervlak kreeg. Geleidelijk aan werd het verdrongen door het Romeinse aardewerk. Dat was sterker en dunwandiger doordat het op de draaischijf was vervaardigd en in ovens gebakken bij een temperatuur van circa 900°C. We onderkennen uit deze periode dus twee soorten aardewerk. Het aardewerk zoals gebruikt en gemaakt door de inheemse bevolking tijdens de Romeinse periode en het Romeinse aardewerk, eerst alleen gebruikt door de Romeinen en later ook door de inheemse bevolking.

26

Prehistorische paalwoningen in de Alpen is de naam die een groep van 111 archeologische sites in het Alpengebied groepeert en die op 27 juni 2011 tijdens de 35e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed door UNESCO erkend werd als werelderfgoed en aan de lijst toegevoegd. De sites zijn de locatie van voorhistorische paalwoningen in en rond de Alpen, gebouwd van ongeveer 5000 tot 500 VJ. aan de oevers van meren, rivieren of moerassige gebieden. De sites bevinden zich in Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Slovenië en Zwitserland. De meeste sites (56) zijn in Zwitserland gelegen. De eerste archeologische vondst dateert van 1853 aan het Meer van Zürich. Het Paalwoningmuseum in Unteruhldingen aan het Bodenmeer in Duitsland biedt een reconstructie van dergelijke paalwoningen.

27

De Brit Thomas Greenhil was de eerste die de kunst van het mummificeren ging onderzoeken. Hij was chirurg in Londen en ook de schrijver van het boek "Νεκροκηδεία" (Grieks, letterlijk Dood-begrafenis) of "De kunst van het balsemen" . Hij was ook de chirurg van Henry Howard, de 7de hertog van Norfolk. Hij werd geboren na de dood van zijn vader als de laatste van 39 kinderen van Elisabeth en William Greenhill.

28

Vanwege de scherpe breukranden is vuursteen erg geschikt om gebruiksvoorwerpen van te maken zoals dolken, bijlen, schraapwerktuigen en pijlpunten. Met een klopsteen wordt de eerste bewerking uitgevoerd. Door de schokgolf van de slag splijt de steen. Een van de meest opvallende, gerichte bewerkingstechnieken van vuursteen is de bewerking in zgn. klingtechniek. Allereerst werden van een ruw brok vuursteen dusdanige stukken afgeslagen, dat een min of meer regelmatige brok verkregen werd met vlakke zijden. Vanaf een vlakke zijde van het blok werden van het brok als het ware reepjes afgeslagen, die zich kenmerken door hun langgerekte vorm en zeer scherpe snijdende kanten. Deze mesachtige stukjes vuursteen worden klingen genoemd. Ze werden bijvoorbeeld als pijl- en speerpunt gebruikt.

29

Het Laat-paleolithicum: dit is de periode van 35.000 jaar geleden tot 10.000 jaar geleden. Tijdens deze periode gaat men over tot het produceren van klingtechnieken. Verder komt de ontwikkeling van de cultuur in een stroomversnelling. Het is de periode van de grotschilderkunst: Altamira en Lascaux zijn daarvan slechts de bekendste voorbeelden. Belangrijke West-Europese culturen en industrieën waren aan het begin het Châtelperronien, Aurignacien, (delen van Frankrijk en Spanje), Bohunicien en Szeletien (in Oost- en Midden-Europa), later het Solutréen, Gravettien, vooral in West- en Zuid-Europa, en als laatste het Magdalénien (tot ca. 12.000 jaar VJ); daarna volgen lokale industrieën en culturen - in Noord-Duitsland en Scandinavië eindigt het met de Hamburgcultuur, Brommecultuur en Ahrensburgcultuur, in Oost-Europa met het Swiderien.

30

Op zoek naar rijkdom plunderden de Scythen de Assyrische hoofdstad, Nineve. Later vormden ze met de Assyriërs een alliantie tegen Medië, Babylonië en andere naties. Met hun aanvallen kwamen ze zelfs tot in Noord-Egypte. Het feit dat de stad Beth-San in Noordoost-Israël later Scythopolis werd genoemd, duidt misschien op een periode van Scythische bezetting. Ten slotte vestigden de Scythen zich op de steppen van het hedendaagse Roemenië, Moldavië, Oekraïne en Zuid-Rusland. Daar werden ze rijk van de tussenhandel tussen de Grieken en de graanproducenten in wat nu Oekraïne en Zuid-Rusland is. De Scythen verhandelden graan, honing, bont en rundvee tegen Griekse wijn, textiel, wapens en kunstvoorwerpen. Zo vergaarden ze een fabelachtige rijkdom.

31

Albert Egges van Giffen (Noordhorn, 14 maart 1884 – Zwolle, 31 mei 1973) was een Nederlands archeoloog. Hij wordt wel de vader van de hunebedden genoemd. Met zijn opgravingen in Ezinge in de jaren 20 en 30 legde Van Giffen als eerste de structuur van een dorp door de eeuwen heen in zijn geheel bloot. Tijdens dit project ontwikkelde hij de zogenaamde kwadrant- of taartpuntmethode, waarbij de plek van onderzoek in zowel verticale als horizontale sleuven wordt afgegraven. Op deze manier wordt een maximum aan gegevens verkregen met een minimale verstoring. Tot die tijd werd een vindplaats in zijn geheel, laag voor laag, afgegraven, maar door de nieuwe methode bleef een deel van de vindplaats onaangeroerd bewaard. Naast zijn werk in Groningen verrichtte hij veel onderzoek in Drenthe. Hij bracht alle nog bestaande hunebedden in kaart en verrichtte bij meerdere daarvan bodemonderzoek. In 1928 publiceerde hij hierover een boek dat nog steeds als standaardwerk wordt beschouwd. Zonder zijn inspanningen zou waarschijnlijk een groot deel van de nu aanwezige hunebedden niet meer hebben bestaan. Naast onderzoek heeft hij veel ingestorte en deels vernielde hunebedden gerestaureerd. In 1920 richtte hij aan de Rijksuniversiteit Groningen het Biologisch-Archeologisch Instituut op. Verder was hij voorzitter van de Vereniging van Terpenonderzoek, inspecteur bij het Groninger Museum en conservator bij het Drents Museum. In 1932 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Website statistieken gratis, LetsStat X1