Home
'

'Brueghel zei het al'
In de rubriek 'Brueghel zei het al' van het radioprogramma 'Rondom de Wijkertoren' op Radio Beverwijk, wordt een spreekwoord uitgelegd dat al om en nabij 500 jaar in gebruik is en wordt afgebeeld op het schilderij 'De dwaasheid van de wereld''van Pieter Brueghel de Jongere. Op deze pagina kunt u de spreekwoorden en hun betekenis nog eens nalezen.

Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) was een zoon van de schilder Pieter Bruegel de Oude. Toen hij vijf jaar oud was, stierf zijn vader. Pieter Brueghel de Jonge was in de leer bij de landschapschilder Gillis van Koninxloo. Breughel trouwde met de zus van zijn meester. De toevoeging van de H in de achternaam werd door de zonen van Pieter Bruegel de Oude gebruikt. De naam werd ook wel geschreven als Breughel.

Pieter Brueghel de Jonge werd meester in 1585. Hij ging toen landschappen, religieuze onderwerpen en fantasie-onderwerpen schilderen. Voor deze laatste schilderijen gebruikte hij vaak vuur en groteske wezens, waardoor hij de bijnaam "De Helse Breughel" kreeg. Hij was minder getalenteerd dan zijn vader en zijn broer Jan Brueghel. Hij moest het dan ook voornamelijk hebben van het kopiëren van zijn vaders' werken. Hij werkte samen met Pieter Neeffs waarbij hij menselijke figuren toevoegde aan diens architecturale interieurs van kerken.

Spreekwoorden en zegswijzen zijn al eeuwenlang geliefd. Illustraties van spreekwoorden bestonden ook al lang. Pieter Bruegel de Oude speelde in op de populariteit hiervan en schilderde in 1559 zijn Spreekwoordenschilderij. In het atelier van zijn zoon Pieter Brueghel de Jonge ontstonden vele versies. Formaat en voorstelling komen in grote mate overeen. Waarschijnlijk werd in het atelier gebruik gemaakt van een gedetailleerde ontwerptekening van het werk van Bruegel de Oude. Toch zijn er kleine verschillen, zoals in het landschap, in de snit en de kleur van kledingstukken. Details werden niet altijd begrepen, interpretaties veranderden in de loop van de tijd. 'De dwaasheid van de wereld', het oorspronkelijke schilderij is een olieverfschilderij uit 1559. Het schilderij toont ten minste 80 Nederlandstalige spreekwoorden en gezegdes zoals die toen in het taalgebruik voorkwamen. Sommige ervan worden tegenwoordig nog altijd gebruikt. Het schilderij wordt ook wel -Nederlandse spreekwoorden- genoemd. Dit schilderij is, voor zover bekend, het eerste grote werk gericht op het uitbeelden van spreekwoorden. Het meet 117 X 163 cm. De titel van het schilderij suggereert dat Bruegel het schilderij niet bedoeld had als simpelweg een verzameling spreekwoorden maar een beeld van de dwaasheid van mensen. Veel van de mensen op het schilderij vertonen karakteristieke kenmerken waarmee Bruegel in zijn werken dwaasheid benadrukt. Het schilderij bevindt zich in het Staatliche Museen in Berlijn. 
Een kopie van zijn zoon is te zien in Het Frans Halsmuseum in Haarlem en van deze kopie zijn de spreekwoorden in 'Rondom de Wijkertoren' gebruikt.

Het spreekwoord is: De ene pijl de andere nazenden

Een dwaze of nutteloze daad herhalen.

 

Het spreekwoord is: Nood doet zelfs oude vrouwen rennen

Vergelijkbaar met “angst geeft vleugels”

Het spreekwoord is: Dat zijn twee hoofden onder één kaproen

Zij zijn het met elkaar eens. (Een kaproen is een kapuchon zonder jas.

Het spreekwoord is: De een scheert de schapen, de ander de varkens

De een heeft de wol oftewel het voordeel, de ander waardeloos varkenshaar oftewel het nadeel

Het spreekwoord is: Voor de duivel een kaars aansteken

Trachten overal vrienden te krijgen

Het spreekwoord is: De sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel

in dit geval: De sterkte van de muur wordt bepaald door het zwakste fort
Het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel

Het spreekwoord is: Van andermans leer is het goed riemen snijden.

Het is gemakkelijk andermans eigendom/geld uit te delen
Met andermans geld kan men gemakkelijk gul zijn

Het spreekwoord is: Paardenkeutels zijn geen vijgen.

Het uiterlijk kan bedrieglijk zijn. De buitenkant is niet altijd in overeenstemming met de binnenkant.

Het spreekwoord is: Twee honden aan één been komen zelden overeen.

Twee die hetzelfde willen, maar er met elkaar om ruziën.

Het spreekwoord is: Die zijn pap stort, kan die niet allemaal weer oprapen.

Eenmaal aangerichte schade kan niet meer worden hersteld.

Het spreekwoord is: Een spaak in het wiel steken.

De voortgang belemmeren of iemand tegenwerken.

Het spreekwoord is: Aan één been knagen

Werken aan iets dat veel inspanning vraagt, maar niets oplevert.

Het spreekwoord is: Ongelegde eieren zijn onzekere kuikens

Iets waarvan het nog geheel onzeker is of het zal plaatshebben of zo uitvallen.

Het spreekwoord is: Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft

Heel hard lopen

Het spreekwoord is: Wat heb je aan een mooi gedekte tafel als die leeg is?

Lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke. De inhoud is belangrijker dan de buitenkant.

Het spreekwoord is: De rook kan het hangijzer niet deren.

Het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen

Het spreekwoord is: De grote vissen eten de kleine vissen.

Een stad heeft meer macht dan een dorp. De rijken worden rijker door de armen armer te maken.

Het spreekwoord is: Alle wegen leiden naar Rome

Er zijn meerdere methoden om iets te bereiken.
De Romeinen waren pioniers op het gebied van de wegenbouw. Vanuit de hoofdstad Rome werden vele wegen aangelegd om met hun legioenen alle uithoeken van het rijk te kunnen bereiken, bijvoorbeeld de Via Appia. Vandaar dat de meeste wegen inderdaad van en naar Rome liepen.

Het spreekwoord is: De bijl naar de steel werpen.

Het opgeven, het werk niet afmaken, er een einde aan maken voor het af is.

Het spreekwoord is: Aardewerk is geen paardenwerk

Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid.

Het spreekwoord is: Een morse muur is snel afgebroken.

Een slechte zaak gaat niet lang mee, of: als iets slecht gemaakt/gebouwd wordt, gaat het gemakkelijk kapot.

Het spreekwoord is: Daar hangt het mes uit.

Men durft daar een uitdaging aan te gaan. Men deinst niet terug voor een omvangrijke taak.

Het spreekwoord is: Het beste meisje dat men vond, was zij die de duivel op het kussen bond.

Werd gezegd van een flinke vrouw die elke man klein kon krijgen.

Het spreekwoord is: Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen

Je moet hard werken om iets te bereiken.

Het spreekwoord is: Een aal bij de staart hebben

Dingen doen die mislukken.
Iets op je nemen waarvan je weet dat het gedoemd is tot mislukken.

Het spreekwoord is: Een oorblazer

Een kwaadspreker of roddelaar. Een huichelachtig en achterbaks persoon. Iemand die een ander kwade dingen influistert.

Het spreekwoord is: Hij laat de wereld op zijn duim draaien.

Hij is een machtig man. Men doet alles wat hij wil.

Het spreekwoord is: Zijn geld in het water werpen.

Zijn geld verkwisten. Over de balk gooien. In de put werpen.

Het spreekwoord is: God schiep de wereld maar Holland hebben de Hollanders zelf gemaakt.
Door het inpolderen en droogmaken heeft Nederland de oppervlakte van het beschikbare land bijna verdubbeld waardoor men in het buitenland denkt dat ons hele land ontstaan is door het aan het water te onttrekken. Van René Descartes, een Frans filosoof, komt daarom de uitspraak "Dieu créa le monde, mais les Hollandais créèrent la Hollande".

Het spreekwoord is: Waar het hek open is, lopen de varkens in het koren.

Door onachtzaamheid of slordigheid gaat het fout.
Een ramp komt voort uit roekeloosheid.
Als er geen toezicht is doen kinderen of ondergeschikten waar zij zelf zin in hebben.

Het spreekwoord is: Onder de bezem getrouwd zijn.

Ongehuwd samenleven. Zonder kerkelijke zegening samenwonen.
Tweede betekenis: De bezem uitsteken.
Feestvieren, doen en laten wat je wil als de baas er niet is.

Het spreekwoord is: Het is gezond om in het vuur te pissen

Het is goed om heftigheid te kalmeren. De druk van de ketel (blaas) halen.
Een tweede betekenis is: Zijn vuur is uitgeblust. Er zit geen fut meer in.

Het spreekwoord is: Voor god een baard van vlas maken

Schijnheilig zijn. Een huichelaar zijn. Tegen beter weten in de schijn van goedheid en onschuld ophouden.


Het spreekwoord is: Een oogje in het zeil houden

Erop toezien dat er niets misgaat. Alert zijn. Alles goed in de gaten houden.

 

Het spreekwoord is: Voor de wind is het goed zeilen.

Onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijk succes te hebben. Met de wind mee schiet het lekker op. Als alles meewerkt is succes verzekert.

Het spreekwoord is: Daar zijn de daken met vlaaien bedekt.

Erg rijk zijn/overvloed hebben. Van gekkigheid niet weten wat men met zijn geld moet doen. Men heeft zoveel geld dat het teveel aan eten wordt gebruikt als dakpannen.

Het spreekwoord is: Men moet de schapen scheren al naar gelang er wol is.

Men moet niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven.
Als je een schaap te snel scheert is de wol te kort, beter is het even te wachten tot de wol de goede lengte heeft dan is de vacht zwaarder en krijg je meer uitbetaald. Of misschien zouden wij in Beverwijk zeggen: Men moet de aardbeien plukken als ze rijp zijn.

 

Het spreekwoord is: Zij hangt haar man een blauwe huik om.

Zij bedriegt haar man. Ze pleegt overspel. Een 'huik' is een lange mouwloze mantel. Blauw duidt op onschuld en trouw. Hij is zich van niets bewust. Rood is de kleur van de liefde en overspel. Ook de tegenstelling jonge vrouw/oude man is een aanwijzing voor overspel.

 

Het spreekwoord is: De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent.

De betekenis is: Geef niet op voor het doel geheel is bereikt.
Denk niet dat je er al bent als het einde in zicht is. 
Het laatste stukje kan het moeilijkste zijn oftewel de laatste loodjes wegen het zwaarst.